Tag Archives: risico beleggen

Maak je eigen geldmachine in 8 stappen en wordt financieel onafhankelijk; stap 2 vermijd slechte investeringen

Door tien procent van je inkomen te­­­­ besparen en dat goed te investeren, is financieel onafhankelijk worden zeer reëel. Dagelijks 1 euro sparen en investeren in een passief beheerd beleggingsfonds (indexfonds, of tracker) met 6% levert na 40 jaar ruim 57000 euro op. Dagelijks 10 euro te besparen en te investeren in hetzelfde beleggingsfonds levert je na 40 jaar net geen zes ton op. Een kleine constante besparing en investering levert je door het rente-op-rente effect een vermogen op. Hoe goed je ook bespaart, als je je zuurverdiende geld slecht investeert, lever je een groot deel van je rendement in. Actief beheerde beleggingsfondsen, investeringen met veel verborgen kosten, de valkuil van gemiddelde rente en producten verkocht door financieel planners kunnen tot wel 70% van je rendement wegsnoepen. Hierdoor haal je bijvoorbeeld geen rendement van 6%, maar nog maar van 2%, terwijl je wel al het risico voor waardedaling van je investering hebt.

Een slecht investeringsaanbod waar iedereen in trapt

Stel je krijgt het volgende aanbod: je moet maandelijks 300 euro geven aan je financieel planner (of vermogensbeheerder) in dienst van de bank. Je financieel planner investeert het geld in aandelen en obligaties die hij geschikt vindt. Als er een goed rendement wordt gemaakt, is 70% van het gemaakte rendement voor de financieel planner en als er verlies wordt gemaakt, is het verlies voor jou als investeerder. Zou je dit aanbod aannemen? Waarschijnlijk niet?

Toch zijn veel investeringsproducten zo geconstrueerd dat een groot deel van de gemaakte winst naar de vermogensbeheerder gaat en dat jij als investeerder opdraait voor het verlies. Door inzicht te krijgen in slechte investeringen weet je dat het belangrijkste effect van investeren het rente-op-rente-effect is. Alles wat in een investering je rente-op-rente-effect verkleint, maakt die investering minder geschikt.

Het effect van rente-op-rente (samengestelde rente)

Albert Einstein noemde rente-op-rente al de grootste kracht van het universum. Je hoeft geen groot startvermogen te hebben om financieel onafhankelijk te worden. Maandelijks een klein bedrag investeren in een product met een goed rendement levert op den duur een groot vermogen op. Alles dat echter ten koste gaat van het goede rendement gaat ten koste van je financiële onafhankelijkheid. Met onderstaand voorbeeld wordt toegelicht wat het effect is van een goed en slecht rendement op je investering.

Stel je kunt maandelijks voor 40 jaar lang 200 euro tegen 6%, of 2% rente investeren.

  • Bij 6% rente heb je na 40 jaar ruim 380.000 euro
  • Bij 2% rente heb je na 40 jaar net geen 147.000 euro

Door te investeren bij 6% heb je na 40 jaar ruim 158% meer geld. Door te investeren in slechte investeringen lever je een groot deel van je rendement in. Hieronder wordt uitgelegd wat mogelijk slechte investeringen zijn.

Niemand verslaat de markt, beleg dus niet in actief beheerde beleggingsfondsen

Veel investeerders kiezen ervoor om te beleggen in beleggingsfondsen. Er zijn grofweg twee soorten beleggingsfondsen:

  1. Actief beheerde beleggingsfondsen
  2. Passief beheerde beleggingsfondsen, oftewel trackers en indexfondsen

Actief beheerde beleggingsfondsen

Actief beheerde beleggingsfondsen zijn beleggingsfondsen die beheerd worden door een fondsmanager die actief handelt (aankoopt en verkoopt) in de hoop een beter rendement te halen dan de benchmark (gemiddelde rendement van een bepaalde markt). Echter 96% van de fondsmanagers van een actief beheerd fonds presteert slechter, tot veel slechter dan de benchmark. Daarnaast maakt een fondsmanager van een actief beheerd beleggingsfonds veel meer transacties die aan jou als investeerder worden doorberekend en ten koste gaan van je rendement. De fondsmanager moet dus een beter rendement halen als de benchmark, omdat de transacties die hij maakt ook ten koste gaan van het uiteindelijk rendement.

Passief beheerde beleggingsfondsen

Passief beheerde beleggingsfondsen zijn beleggingsfondsen die beheerd worden door een fondsmanager die zo precies mogelijk een investeringsmarkt probeert te volgen. Deze investeringsmarkt kan de AEX-index, S&P-500, of een andere investeringsmarkt zijn. Als de S&P-500 wordt gevolgd, koopt de fondsmanager exact dezelfde aandelen in dezelfde verhouding van de S&P-500 in. Alleen wanneer de S&P-500 verandert, volgt de fondsmanager deze verandering. Het doel van de fondsmanager is even goed presteren als de markt die hij volgt. Hij volgt de benchmark en wil een even goed rendement halen als de benchmark tegen zo laag mogelijke kosten. Omdat de fondsmanager weinig transacties doet, bespaart hij flink op de transactiekosten. Daarnaast hebben passief beheerde beleggingsfondsen geen verborgen kosten.

Let op verborgen kosten van een investering

Veel investeringsproducten hebben veel verborgen kosten. Vaak schermt de verkoper van het investeringsproduct met alleen de basisfee, of Expense Ratio. Deze kosten liggen vaak tussen de 0,5% en 1%, maar gaan wel ten koste van je rendement. Als je de dikke financiële bijsluiter leest van het product, vind je vaak nog een scala aan verborgen kosten. Deze verborgen kosten worden allemaal betaald uit je zuurverdiende rendement en daalt je rendement. Hieronder wordt een lijst gegeven van veelvoorkomende verborgen kosten. Deze lijst is echter niet uitputtend en het blijft altijd belangrijk om de financiële bijsluiter goed door te lezen.

  • Basisfee
  • Servicefee
  • Dividendbelasting
  • Transactiekosten
  • Administratiekosten
  • Marketingkosten
  • Accountantskosten
  • Bewaarkosten
  • Valutakosten
  • Spread
  • Managementfee
  • Distributievergoeding

Gemiddelde rente is niet hetzelfde als waardestijging van aandelen

Waardedaling, of –stijging van een investering over een bepaalde periode moet bekeken worden in harde euro’s, of daadwerkelijk rendement en niet in gemiddeld rendement. Het gemiddeld rendement over een bepaalde periode is namelijk heel anders dan het daadwerkelijk rendement. Het gemiddelde rendement waarmee in beleggingsproducten wordt geschermd, is ontzettend misleidend. Hieronder volgt een voorbeeld waarom gemiddeld rendement misleidend is:

  1. In jaar 1 schaft Jan voor 10000 Euro aandelen aan.
  2. In jaar 2 daalt de waarde van Jan zijn investering met 10%; waarde: 9000 Euro.
  3. In jaar 3 stijgt de waarde van Jan zijn investering met 10%. De waarde van Jan zijn investering is NIET weer 10000 euro zijn maar 9000 + 10% van 9000 Euro = 9900 Euro.

Over de drie investeringsjaren heeft Piet een gemiddeld rendement van (10%+10%/2)=0%. Echter de daadwerkelijk waarde van de aandelen is met 1% afgenomen. Het daadwerkelijke rendement is dus -1%. Kijk dus niet alleen naar gemiddeld rendement, maar juist naar daadwerkelijke waardestijging van de investering.

Onafhankelijk financieel planner, of niet

Er zijn twee soorten financieel planners (financieel adviseur).

  1. Onafhankelijk financieel planner
  2. Financieel planner in dienst van een verzekeraar, beleggingsfonds, bank etc…

De onafhankelijk financieel planner wordt betaald voor zijn investeringsadvies. Het advies kost een bepaald bedrag dat jij vervolgens aan de financieel planner betaalt. Het advies van de financieel planner is onafhankelijk en objectief. De onafhankelijk financieel planner zal advies geven dat het beste bij jouw wensen past. Daarnaast kan de onafhankelijk financieel planner ook de aan- en verkoop van investeringen voor je doen. De onafhankelijk heeft daarbij keuze uit ontzettend veel financiële producten en soorten investeringen. Het belang van jou als investeerder staat voor de onafhankelijk financieel planner altijd voorop. De onafhankelijk financieel planner wordt altijd betaald op basis van zijn diensten en niet uit de investeringen die hij voor je doet. De onafhankelijk financieel planner werkt dus niet op basis van commissies in tegenstelling tot de financieel planner in dienst van bijvoorbeeld een bank.

Een financieel planner in dienst van een bank is eigenlijk een veredelde vertegenwoordiger van de producten die door een bank worden aangeboden. Als de financieel planner in dienst van de bank producten van de bank verkoopt, krijgt hij een hogere commissie. Deze commissie wordt betaald uit jouw investering en gaat ten koste van je rendement. Daarnaast heeft de financieel planner in dienst van de bank (maar ook verzekeraar en beleggingsfonds) alleen maar producten in zijn portefeuille die zijn werkgever aanbiedt. De keuze van verschillende financiële producten is dus zeer beperkt.

Als je graag advies wil hebben van een financieel planner vraag dan altijd of deze onafhankelijk is!

Lees ook:

Loop geen inkomsten mis, schrijf over hobby, werk of studie en verdien extra inkomsten!

Maak je eigen geldmachine in 8 stappen en wordt financieel onafhankelijk

Maak je eigen geldmachine in 8 stappen en wordt financieel onafhankelijk; stap 1 meer sparen en besparen 

Financiële onafhankelijkheid en een kapitaal opbouwen

Tien stappen om miljonair te worden

Bronnen:

Robbins, A (2014) Money Master the Game. SIMON & SCHUSTER ISBN13: 9781476757803

Wat is jouw inkomen? Inkomen verhogen

Inkomen kun je op verschillende manieren verdienen. We kennen het actieve en passieve inkomen en inkomen het uit investeringen uit beleggingen. Bij het actieve inkomen kennen we het werken in loondienst, of hetzelfde werk doen vanuit een eigen onderneming, bijvoorbeeld als freelancer. Bij het actieve inkomen ruil je je tijd tegen geld (salaris). Wil je meer salaris hebben, dan moet je meer tijd inruilen en/of meer geld krijgen voor diezelfde tijd. Bij het passieve inkomen doe je eenmalig een grote investering van tijd om een systeem of project op te zetten wat daarna geld voor je blijft verdienen. Naast het actieve en passieve inkomen kun je ook inkomen verdienen met investeringen zoals beleggingen. Door uit verschillende inkomstenbronnen je inkomen te verdienen, spreid je je risico. Ook hou je op termijn meer vrije tijd over wanneer je niet meer je tijd hoeft te ruilen voor geld.

Actief inkomen en meer inkomen
Bij het actieve inkomen ruil je je tijd en arbeid voor geld. Wanneer je meer tijd en arbeid levert, neemt je inkomen toe. Ook wanneer je uurtarief hoger wordt, neemt je inkomen toe. Wanneer je echter minder tijd en arbeid levert en/of je uurtarief daalt, neemt je inkomen af. Het actieve inkomen is een inkomen wat een constante investering van je tijd vraagt. Je inkomen stopt, zodra je stopt met werken (geen tijd meer investeert). Binnen het actieve inkomen zijn het werken in loondienst en het werken als freelancer/ZZP’er te onderscheiden.
In loondienst werken. Het werken in loondienst is de meest gangbare manier waarmee mensen inkomen verdienen. Het werken in loondienst wordt vaak voor een werkgever gedaan. De werkgever kan in zekere zin gezien worden als opdrachtgever. De werkgever geeft opdracht om bepaalde arbeid te verrichten. Voor de verrichte arbeid en geleverde tijd, krijg je vervolgens een vast inkomen. Ook geeft de werkgever je naast een vast inkomen ook sociale zekerheid (AOW, WW, pensioen etc…). Deze sociale zekerheid wordt door je werkgever geregeld en aangeboden. Het grote risico van werken voor één werkgever is dat je geheel afhankelijk van je werkgever bent van inkomen uit geleverde arbeid. Wanneer je werkgever geen arbeid meer voor je heeft, is er het risico dat je wordt ontslagen. De producten en/of diensten die je met je geleverde arbeid produceert, verkoopt je werkgever met winst. Van deze winst zie je als werknemer weinig, of niets terug.
Als freelancer/ZZP’er werken. Werk je als freelancer, dan ruil je ook je tijd tegen arbeid. Als freelancer moet je ook zelf zorgdragen voor je sociale zekerheid. Daarnaast ben je als freelancer niet afhankelijk van één opdrachtgever, maar van meerdere opdrachtgevers. Heeft één opdrachtgever geen opdrachten voor je, dan hebben andere opdrachtgevers wel een opdracht voor je. Dit is een groot voordeel van het werken als freelancer, want zo ben je niet afhankelijk van één werkgever. Ook hou je de winst die je arbeid oplevert zelf en hoef je deze niet af te dragen.

Passief inkomen en meer inkomen
Een passief inkomen is een inkomen wat je opbouwt door eenmalig veel tijd te investeren in een project wat daarna geld voor je blijft verdienen. Natuurlijk moet je vaak nadat het project loopt nog tijd investeren in het project voor onderhoud en updates. Deze hoeveelheid tijd staat echter in schril contrast met de inkomsten die het project voor je verdient. Voorbeelden en mogelijkheden waarmee je een passief inkomen kunt opbouwen zijn:

  • Het opknappen en verhuren van een kamer
  • Het aankopen en verhuren van een appartement
  • Het maken van mooie foto’s en/of gedichten en deze aanbieden via een website
  • Het opzetten van een webwinkel
  • Het schrijven van een boek, ebook of artikelen voor het internet
  • Het maken van muziek en hier royalties over ontvangen
  • Het opzetten van een drukbezochte website

Een groot voordeel van een passief inkomen is dat inkomsten doorlopen terwijl je relatief weinig tijd meer investeert. Om in deze situatie te komen moet je echter aanvankelijk wel veel tijd en energie investeren, terwijl je nog niets verdient. Ook ontwikkelt een passief inkomen zich doorgaans zeer gestaag. Het is niet zo dat je binnen een paar maanden kunt leven van een passief inkomen. Wanneer je echter tijd en energie blijft investeren, kan een passief inkomen zich ontwikkelen tot een behoorlijke aanvulling of zelfs vervanging van een gedeelte of gehele maandsalaris.

Beleggingen en meer inkomen
Naast een actief en passief inkomen kun je ook inkomen onttrekken aan investeringen in beleggingen. Investeringen in beleggingen zijn in zekere zin ook vormen van een passief inkomen. Voorbeelden van investeringen en beleggingen zijn bijvoorbeeld:

  • Aandelen
  • Obligaties
  • Vastgoed
  • Kunst

Doorgaans stel je op basis van je beleggingshorizon en –profiel je beleggingsportefeuille samen en stort je periodiek een bepaald bedrag. Op het einde van je beleggingshorizon heb je hopelijk het gewenste bedrag ontwikkelt. Investeringen en beleggingen hebben als risico dat je een gedeelte of zelfs je gehele vermogen kunt verliezen. Dit risico kun je echter beperken door een ruime beleggingshorizon en door je beleggingen te spreiden. Door op relatief jonge leeftijd te starten met investeringen en beleggingen kun je met een relatief laag risico een fors vermogen opbouwen en sneller financiële onafhankelijkheid bereiken. Klik hier om een beleggingsrekening te openen.

Voordeel van meerdere inkomensbronnen
Het grote voordeel van meerdere inkomensbronnen is dat je niet afhankelijk bent van één inkomensbron. Wanneer één inkomensbron het slecht doet, kun je het verlies opvangen met de andere inkomensbronnen. Stel je wordt ontslagen, dan kun je het verlies (gedeeltelijk) opvangen met de andere inkomensstromen. Ook zorgen meerder inkomensbronnen voor meer vrijheid. Als je geld kunt verdienen met een passief inkomen en met een gedeelte van je investeringen, dan kun je meer dingen doen die je echt leuk vindt!

Lees ook:

Loop geen inkomsten mis, schrijf over hobby, werk of studie en verdien extra inkomsten!

De kracht van discipline en doorzettingsvermogen; discipline zorgt voor succes

18 bespaartips en een passief inkomen opbouwen

Waarom gespreid beleggen? Het nut van gespreid beleggen

Waarom ben ik arm en hoe word ik rijk?

Externe link:

Bouw extra inkomsten op door een beleggingsrekening te openen

 

Risico en rendement van beleggen, risicoprofiel en horizon

Veel mensen weten niet dat zij eigenlijk al beleggen. Geld op een spaarrekening zetten en het bezit van een huis zijn beide beleggingen. Ook het pensioen is een belegging. Naast sparen op een spaarrekening en investeren in vastgoed, zijn de overige beleggingsvormen aandelen, (staats)obligaties en alternatieve beleggingen. Bij beleggen gaan risico en rendement hand in hand. Bij een hoog rendement is het risico verlies te lijden groter, dan bij een klein rendement.

Risicoprofiel van beleggers
Het rendement van je beleggingen is sterk afhankelijk van het risico wat je als belegger wilt nemen. Risico betekent de kans op verlies. Vaak denken beleggers dat ze behoorlijk veel risico willen nemen. Dit klopt zo lang de koersen stijgen. Op het moment dat de koersen dalen, blijkt het tegendeel en worden massaal aandelen van de hand gedaan. Over het algemeen kennen we drie risicoprofielen; de defensieve, of conservatieve belegger, de gemiddelde belegger en de offensieve, of agressieve belegger.

De defensieve, of conservatieve belegger
De defensieve belegger vindt het verschrikkelijk om verlies te lijden op zijn beleggingen. Het rendement zal echter ook laag zijn. Ook kan het zijn dat de belegger een behoorlijk vermogen heeft opgebouwd dat hij/zij wil gebruiken voor eerder stoppen met werken, wereldreis, studiefonds voor kinderen of pensioen. De belegger wil dan geen risico op vermogensverlies meer lopen. Doorgaans zal deze belegger zijn vermogen op een spaarrekening, veilige staatsobligaties en zeer veilige aandelen investeren.

De gemiddelde belegger
De gemiddelde belegger vindt een verlies op korte termijn doorgaans niet vervelend, maar verwacht wel een aanzienlijk gemiddeld jaarrendement. De beleggingshorizon van de gemiddelde belegger zal lang genoeg (tussen de 10 en 20 jaar) zijn om het verlies van de portefeuille op te vangen met jaren die een goed rendement kennen. Over het algemeen zal de gemiddelde belegger investeren in obligatiefondsen en veilige aandelen, maar ook aandelen met een hoger risico. Deze aandelen met een hoog risico dalen meer dan de beurs in slechte tijden, maar leveren ook meer rendement op wanneer de beurs stijgt.

De offensieve, of agressieve belegger
Agressieve beleggers willen zeer veel risico nemen. Het verlies op de portefeuille kan zeer groot zijn. Daar tegenover staat een groot rendement bij goede tijden. Deze belegger zal beleggen in aandelen met een groot risico. Wanneer voldoende vermogen is opgebouwd en de beleggingshorizon ver in de toekomst ligt, kan met een deel van het vermogen risicovol worden belegd.

Invloed van risico en rendement op samenstelling beleggingsportefeuille
Zoals we hierboven hebben kunnen lezen is het risico wat de belegger wil nemen bepalend voor het rendement wat de belegger mogelijk krijgt. Hieronder is te zien wat het effect is van het risico wat de belegger wil nemen op het rendement wat de belegger mag verwachten. Ook hier kunnen we een onderverdeling maken naar het risico wat de belegger wil nemen.

Zeer weinig risico
De belegger die weinig risico wil nemen, zal doorgaans sparen en veilige obligaties en aandelen aanschaffen. Het gemiddeld jaarrendement zal rond de 3% liggen.

Gemiddelde risico
De belegger die een gemiddeld risico wil nemen, zal doorgaans beleggen in veilige obligaties, aandelen en veilig vastgoed. Het gemiddeld jaarrendement zal rond de 7% liggen.

Veel risico
De belegger die meer risico wil nemen, zal doorgaans beleggen in met name aandelen. Dit kunnen zowel veilige aandelen zijn, als speculatieve aandelen. Het gemiddeld jaarrendement zal rond de 12% liggen. De kans op verlies is echter ook groter.

Invloed van beleggingshorizon op samenstelling beleggingsportefeuille
Ook de beleggingshorizon heeft veel invloed op de samenstelling van de beleggingsportefeuille van de belegger. Hoe korter de beleggingshorizon des te conservatiever zal de beleggingsportefeuille moeten zijn.

Bij een beleggingshorizon van 1 tot 2 jaar is het zeer onverstandig om veel in aandelen te investeren. Het beste kan het geld op een spaarrekening worden gezet.

Bij een beleggingshorizon langer dan 20 jaar is het aan te raden om het grootste deel (tussen 60 en 80%) van het vermogen te beleggen in aandelen. De rest kan geïnvesteerd worden in obligaties en vastgoed. Dit vermogen moet echter wel lange tijd gemist kunnen worden.

Bij een beleggingshorizon van rond de 5 jaar is het aan te raden om het vermogen te verdelen over een spaarrekening, veilige obligaties en veilig vastgoed. In plaats van een spaarrekening kan het geld ook op een spaardeposito worden vastgezet. Op een spaardeposito is het rendement hoger, dan op een gewone spaarrekening.

Dief van eigen portemonnee bij niet beleggen; inflatie en vermogensrendementsheffing
Veel mensen hebben angst om te beleggen in aandelen, obligaties en beleggingsfondsen die investeren in deze beleggingsvormen. Zij willen niet het risico lopen dat verlies wordt geleden op de investering. Daarom wordt het vermogen op een spaarrekening gezet. Hoewel het vermogen in Euro’s niet afneemt op een spaarrekening, wordt het vermogen door vermogensrendementsheffing en inflatie steeds minder waard.

Over spaartegoed moet vermogensrendementsheffing worden betaald

Over de tegoeden groter dan ongeveer 21.000 euro (vanaf 2017, 25.000 euro) moet de begunstigde vermogensrendementsheffing betalen.

In 2015 en 2016 is deze vermogensrendementsheffing 1,2 % van het rekeningtegoed groter dan ongeveer 21.000 euro. De belastingdienst gaat bij de vermogensrendementsheffing uit van een fictieve spaarrente van 4% over het spaarbedrag en rekent een vlak belastingtarief van 30% over dit fictieve rendement; samen 4% x 30%= 1,2% vermogensrendementsheffing.

Vermogensrendementsheffing 2015, 2016 en 2017 en sparen nu en later

In 2015 en 2016 geldt de vermogensrendementsheffing vanaf een spaarbedrag van ongeveer 21.000 euro per spaarder. Bij een gezin geldt dus een vrijstelling van ongeveer 42.000 euro.

Over het spaartegoed groter dan 21.000 per spaarder wordt een vermogensrendementsheffing van 1,2% gebruikt. Er zijn reële kabinetsplannen om in 2017 de vermogensrendementsheffing aan te passen, omdat de huidige fictieve rente die wordt gebruikt niet realistisch is en omdat alle spaarders even zwaar worden belast.

Mensen met een klein spaartegoed worden in 2015 en 2016 even zwaar belast als mensen met grote spaartegoeden. Vanaf 2017 geldt voor mensen met een klein spaartegoed een kleinere vermogensrendementsheffing dan voor mensen met grotere spaartegoeden. Vanaf 2017 worden de volgende rentetarieven en vermogensrendementsheffingen gebruikt per spaarder:

  • Vrijstelling tot 25.000 euro spaartegoed per spaarder
  • Vanaf 25.000 euro tot 100.000 euro spaartegoed een rentetarief van 2,9% en vermogensrendementsheffing van ongeveer 0,8% per spaarder
  • Vanaf 100.000 euro tot 1 miljoen spaartegoed een rentetarief van 4,7% en vermogensrendementsheffing van 1,4% per spaarder
  • Vanaf 1 miljoen euro spaartegoed een rentetarief van 5,5% en vermogensrendementsheffing van 1,65% per spaarder

Lees ook:

Loop geen inkomsten mis, schrijf over hobby, werk of studie en verdien extra inkomsten!

18 bespaartips en een passief inkomen opbouwen

Tien stappen om miljonair te worden

Maak je eigen geldmachine in 8 stappen en wordt financieel onafhankelijk; stap 1 meer sparen en besparen 

Maak je eigen geldmachine en wordt financieel onafhankelijk; stap 2 vermijd slechte investeringen

Bronnen:

M Kanis (2008) Beleggen voor dummies, Pearson, Amsterdam
Robert Doyen, M Schneider (2009) Rijker worden voor dummies, Pearson, Amsterdam
http://www.afm.nl/nl/consumenten/producten/belegging.aspx?gclid=CMz9_5_s0qgCFUcm3godaTUshA

Externe link:

Bouw extra inkomsten door een beleggingsrekening te openen