Risico en rendement van beleggen, risicoprofiel en horizon

Veel mensen weten niet dat zij eigenlijk al beleggen. Geld op een spaarrekening zetten en het bezit van een huis zijn beide beleggingen. Ook het pensioen is een belegging. Naast sparen op een spaarrekening en investeren in vastgoed, zijn de overige beleggingsvormen aandelen, (staats)obligaties en alternatieve beleggingen. Bij beleggen gaan risico en rendement hand in hand. Bij een hoog rendement is het risico verlies te lijden groter, dan bij een klein rendement.

Risicoprofiel van beleggers
Het rendement van je beleggingen is sterk afhankelijk van het risico wat je als belegger wilt nemen. Risico betekent de kans op verlies. Vaak denken beleggers dat ze behoorlijk veel risico willen nemen. Dit klopt zo lang de koersen stijgen. Op het moment dat de koersen dalen, blijkt het tegendeel en worden massaal aandelen van de hand gedaan. Over het algemeen kennen we drie risicoprofielen; de defensieve, of conservatieve belegger, de gemiddelde belegger en de offensieve, of agressieve belegger.

De defensieve, of conservatieve belegger
De defensieve belegger vindt het verschrikkelijk om verlies te lijden op zijn beleggingen. Het rendement zal echter ook laag zijn. Ook kan het zijn dat de belegger een behoorlijk vermogen heeft opgebouwd dat hij/zij wil gebruiken voor eerder stoppen met werken, wereldreis, studiefonds voor kinderen of pensioen. De belegger wil dan geen risico op vermogensverlies meer lopen. Doorgaans zal deze belegger zijn vermogen op een spaarrekening, veilige staatsobligaties en zeer veilige aandelen investeren.

De gemiddelde belegger
De gemiddelde belegger vindt een verlies op korte termijn doorgaans niet vervelend, maar verwacht wel een aanzienlijk gemiddeld jaarrendement. De beleggingshorizon van de gemiddelde belegger zal lang genoeg (tussen de 10 en 20 jaar) zijn om het verlies van de portefeuille op te vangen met jaren die een goed rendement kennen. Over het algemeen zal de gemiddelde belegger investeren in obligatiefondsen en veilige aandelen, maar ook aandelen met een hoger risico. Deze aandelen met een hoog risico dalen meer dan de beurs in slechte tijden, maar leveren ook meer rendement op wanneer de beurs stijgt.

De offensieve, of agressieve belegger
Agressieve beleggers willen zeer veel risico nemen. Het verlies op de portefeuille kan zeer groot zijn. Daar tegenover staat een groot rendement bij goede tijden. Deze belegger zal beleggen in aandelen met een groot risico. Wanneer voldoende vermogen is opgebouwd en de beleggingshorizon ver in de toekomst ligt, kan met een deel van het vermogen risicovol worden belegd.

Invloed van risico en rendement op samenstelling beleggingsportefeuille
Zoals we hierboven hebben kunnen lezen is het risico wat de belegger wil nemen bepalend voor het rendement wat de belegger mogelijk krijgt. Hieronder is te zien wat het effect is van het risico wat de belegger wil nemen op het rendement wat de belegger mag verwachten. Ook hier kunnen we een onderverdeling maken naar het risico wat de belegger wil nemen.

Zeer weinig risico
De belegger die weinig risico wil nemen, zal doorgaans sparen en veilige obligaties en aandelen aanschaffen. Het gemiddeld jaarrendement zal rond de 3% liggen.

Gemiddelde risico
De belegger die een gemiddeld risico wil nemen, zal doorgaans beleggen in veilige obligaties, aandelen en veilig vastgoed. Het gemiddeld jaarrendement zal rond de 7% liggen.

Veel risico
De belegger die meer risico wil nemen, zal doorgaans beleggen in met name aandelen. Dit kunnen zowel veilige aandelen zijn, als speculatieve aandelen. Het gemiddeld jaarrendement zal rond de 12% liggen. De kans op verlies is echter ook groter.

Invloed van beleggingshorizon op samenstelling beleggingsportefeuille
Ook de beleggingshorizon heeft veel invloed op de samenstelling van de beleggingsportefeuille van de belegger. Hoe korter de beleggingshorizon des te conservatiever zal de beleggingsportefeuille moeten zijn.

Bij een beleggingshorizon van 1 tot 2 jaar is het zeer onverstandig om veel in aandelen te investeren. Het beste kan het geld op een spaarrekening worden gezet.

Bij een beleggingshorizon langer dan 20 jaar is het aan te raden om het grootste deel (tussen 60 en 80%) van het vermogen te beleggen in aandelen. De rest kan geïnvesteerd worden in obligaties en vastgoed. Dit vermogen moet echter wel lange tijd gemist kunnen worden.

Bij een beleggingshorizon van rond de 5 jaar is het aan te raden om het vermogen te verdelen over een spaarrekening, veilige obligaties en veilig vastgoed. In plaats van een spaarrekening kan het geld ook op een spaardeposito worden vastgezet. Op een spaardeposito is het rendement hoger, dan op een gewone spaarrekening.

Dief van eigen portemonnee bij niet beleggen; inflatie en vermogensrendementsheffing
Veel mensen hebben angst om te beleggen in aandelen, obligaties en beleggingsfondsen die investeren in deze beleggingsvormen. Zij willen niet het risico lopen dat verlies wordt geleden op de investering. Daarom wordt het vermogen op een spaarrekening gezet. Hoewel het vermogen in Euro’s niet afneemt op een spaarrekening, wordt het vermogen door vermogensrendementsheffing en inflatie steeds minder waard.

Over spaartegoed moet vermogensrendementsheffing worden betaald

Over de tegoeden groter dan ongeveer 21.000 euro (vanaf 2017, 25.000 euro) moet de begunstigde vermogensrendementsheffing betalen.

In 2015 en 2016 is deze vermogensrendementsheffing 1,2 % van het rekeningtegoed groter dan ongeveer 21.000 euro. De belastingdienst gaat bij de vermogensrendementsheffing uit van een fictieve spaarrente van 4% over het spaarbedrag en rekent een vlak belastingtarief van 30% over dit fictieve rendement; samen 4% x 30%= 1,2% vermogensrendementsheffing.

Vermogensrendementsheffing 2015, 2016 en 2017 en sparen nu en later

In 2015 en 2016 geldt de vermogensrendementsheffing vanaf een spaarbedrag van ongeveer 21.000 euro per spaarder. Bij een gezin geldt dus een vrijstelling van ongeveer 42.000 euro.

Over het spaartegoed groter dan 21.000 per spaarder wordt een vermogensrendementsheffing van 1,2% gebruikt. Er zijn reële kabinetsplannen om in 2017 de vermogensrendementsheffing aan te passen, omdat de huidige fictieve rente die wordt gebruikt niet realistisch is en omdat alle spaarders even zwaar worden belast.

Mensen met een klein spaartegoed worden in 2015 en 2016 even zwaar belast als mensen met grote spaartegoeden. Vanaf 2017 geldt voor mensen met een klein spaartegoed een kleinere vermogensrendementsheffing dan voor mensen met grotere spaartegoeden. Vanaf 2017 worden de volgende rentetarieven en vermogensrendementsheffingen gebruikt per spaarder:

  • Vrijstelling tot 25.000 euro spaartegoed per spaarder
  • Vanaf 25.000 euro tot 100.000 euro spaartegoed een rentetarief van 2,9% en vermogensrendementsheffing van ongeveer 0,8% per spaarder
  • Vanaf 100.000 euro tot 1 miljoen spaartegoed een rentetarief van 4,7% en vermogensrendementsheffing van 1,4% per spaarder
  • Vanaf 1 miljoen euro spaartegoed een rentetarief van 5,5% en vermogensrendementsheffing van 1,65% per spaarder

Lees ook:

Loop geen inkomsten mis, schrijf over hobby, werk of studie en verdien extra inkomsten!

18 bespaartips en een passief inkomen opbouwen

Tien stappen om miljonair te worden

Maak je eigen geldmachine in 8 stappen en wordt financieel onafhankelijk; stap 1 meer sparen en besparen 

Maak je eigen geldmachine en wordt financieel onafhankelijk; stap 2 vermijd slechte investeringen

Bronnen:

M Kanis (2008) Beleggen voor dummies, Pearson, Amsterdam
Robert Doyen, M Schneider (2009) Rijker worden voor dummies, Pearson, Amsterdam
http://www.afm.nl/nl/consumenten/producten/belegging.aspx?gclid=CMz9_5_s0qgCFUcm3godaTUshA

Externe link:

Bouw extra inkomsten door een beleggingsrekening te openen