Category Archives: Gezondheid en een gezonde leefstijl

Waarom zijn dikke mensen dik en dunne mensen dun?

De oorzaak van overgewicht is een disbalans tussen energie-inname (calorie-inname; eten) en energiegebruik (door onder andere bewegen). Door meer calorieën te eten, dan te verbranden, ontstaat een positieve energiebalans en worden mensen dik. Overgewicht kan ontstaan door bepaalde medicijnen en een traag werkende schildklier. Meestal is overgewicht een gevolg van leefstijl en genen. Dunne mensen blijken aan de ene kant minder aanleg te hebben om dik te worden. Dunne mensen zitten sneller vol en bewegen meer. Ook verhogen dunne mensen hun ruststofwisseling meer en vergroten hun spiermassa meer bij een te grote calorie-inname. Tenslotte zetten dunne mensen extra calorieën minder snel om in vet en maken dunne mensen onbewust gezondere voedingskeuzes. Dikke mensen kunnen afvallen door die dingen bewust te doen die dunne mensen meer onbewust doen. Minder eten, meer bewegen, minder eten bij stress en krachttraining doen, zijn strategieën die dikke mensen kunnen oppakken om af te vallen.

Mensen met aanleg om dik te worden, overleven langer

Heel erg lang geleden waren er tijden van overvloed en tijden van schaarste. In tijden van overvloed was het handig om veel te kunnen eten en veel vet te kunnen opslaan om zo een vetvoorraad te hebben. In tijden van schaarste leverde de grote vetvoorraad extra energie om zo de kans op overleven te vergroten. Mensen die een grote aanleg hadden om veel te kunnen eten en veel vet te kunnen opslaan, hadden een grotere kans om te overleven. Deze mensen met de aanleg (de juiste genen) om dik te worden, overleefden de tijden van schaarste, terwijl de mensen zonder aanleg om dik te worden stierven.

Survivor of the fattest

De mensen met de meeste aanleg om dik te worden, kregen nakomelingen (kinderen) die ook weer een grotere aanleg hadden om dik te worden. Uiteindelijk is de huidige moderne mens ontzettend goed om veel calorieën te eten in korte tijd; tot wel 1500 calorieën in een kwartier en het overschot aan calorieën goed in vet op te slaan (1500 calorieën is ongeveer driekwart van de dagelijkse caloriebehoefte van de mens). Mensen met de beste aanleg om dik te worden, kunnen het beste perioden met schaarste overleven.

Evolutie keert zich tegen de mens

Vanuit evolutionair oogpunt levert de aanleg om dik te worden een groot voordeel op om te overleven. Echter gaat de maatschappelijke ontwikkeling veel sneller dan de evolutionaire ontwikkeling van de mens en keren de goed aangepaste genen zich tegen ons. In onze huidige maatschappij is er veel calorierijk voedsel in overvloed aanwezig tegen een zeer lage prijs. Het wordt de mens dus erg makkelijk gemaakt om in korte tijd veel te eten en moeilijk gemaakt om veel te bewegen.

Over het algemeen zullen veel mensen ten prooi vallen aan hun extreem goed aangepaste genen en dik worden. Sommige mensen hebben zulke sterk aangepaste genen en worden nog sneller dik wanneer ze te veel eten. Er zijn echter uitzonderingen op de algemeen zeer goed aangepaste mens. Sommige mensen zijn niet goed in veel eten in korte tijd en zitten sneller vol na eten, eten minder calorierijk voedsel, vinden calorierijk voedsel minder lekker en slaan minder efficiënt vet op.

Het FTO-gen en meer kunnen eten

Een van de genen die zeer sterk is aangepast gedurende onze evolutie, is het FTO-gen (Fat mass and Obesity associated gene). Het FTO-gen reguleert in belangrijke mate honger en verzadiging. Een aanpassing (mutatie) in het FTO-gen zorgt ervoor dat mensen sneller weer gaan eten na een maaltijd. Mensen met de mutatie in het FTO-gen zijn minder verzadigd na een maaltijd en hebben sneller weer honger, dan mensen die de mutatie in het FTO-gen niet hebben.

Dikke mensen hebben vaker een mutatie in het FTO-gen, dunne mensen niet

Mensen met een mutatie in het FTO-gen blijken vaker ernstig overgewicht te hebben, dan dunne mensen. Dunne mensen blijken bijna niet in staat om te veel te eten. Zelfs wanneer dunne mensen verplicht meer calorieën moeten eten, blijkt dat bijna onmogelijk voor hen te zijn. Dunne mensen zitten sneller vol en hebben minder snel honger.

Dunne mensen kiezen gezondere en verantwoorde voeding

Dunne mensen zijn minder gevoelig voor hun omgeving in het maken van voedingskeuzes en zijn zich bewuster van hun voedingskeuzes.

Obesogene omgeving; veel vet eten en niet bewegen

In onze huidige omgeving is het zeer makkelijk om veel calorierijk (chips, snacks, chocolade) te eten en niet te bewegen. Zulke omgeving wordt een obesogene omgeving genoemd. Mensen met overgewicht blijken veel gevoeliger te zijn voor hun obesogene omgeving, dan dunne mensen. Mensen die zich door hun omgeving sneller laten verleiden tot het eten van calorierijk voedsel en inactiviteit worden sneller dik, dan mensen die hun obesogene omgeving kunnen weerstaan. Dunne mensen blijken de bewuste keuze te maken om de obesogene omgeving te weerstaan en de keuze maken om veel groente, fruit, volkoren producten, magere zuivel en vlees en vis te eten en veel te bewegen.

Dunne mensen kunnen niet stilzitten en willen bewegen en sporten

Dunne mensen blijken vaak de genetische aanleg te hebben om veel te willen bewegen. De drang om veel te willen bewegen blijkt voor een groot deel erfelijk te zijn en dus in de genen vast te liggen. Naast de mutatie in het FTO-gen dat vaak leidt tot te veel eten, blijkt de drang om veel, of juist weinig te bewegen ook erfelijk te zijn. Mensen die dus veel willen bewegen en de drang hebben om veel te bewegen (sporten), hebben dat voor een groot deel te danken aan hun genen. Echter de drang om veel te willen bewegen is niet genoeg. Er moet ook gehoor worden gegeven aan de drang om veel te willen bewegen. Mensen met de drang om veel te bewegen, bewegen echter vaak veel meer, verbranden meer calorieën en worden niet snel te dik.

Dunne mensen maken meer onwillekeurige bewegingen

Naast dat dunne mensen vaak de drang hebben om veel te bewegen, blijken dunne mensen ook meer onwillekeurige bewegingen (fidgetting in het Engels) te maken. Onwillekeurige bewegingen zijn bijvoorbeeld het niet stil kunnen zitten met een been, of steeds tikken met een vinger.

Dunne mensen maken meer onwillekeurige bewegingen. Ook maken dunne mensen meer onwillekeurige bewegingen wanneer ze te veel calorieën hebben gegeten en voeren ze zelfs energiegebruik door onwillekeurige bewegingen nog meer op. Mensen die niet meer onwillekeurige bewegingen maken, zodra ze te veel calorieën hebben gegeten, hebben een grotere kans om dik te worden, omdat ze het overschot aan gegeten calorieën niet verbranden.

Dunne mensen hebben een inefficiëntere verbranding

Het totale energiegebruik is te verdelen in ruststofwisseling, specifiek dynamische werking en energiegebruik door fysieke activiteit.

Ruststofwisseling

Ruststofwisseling wordt bepaald door alle calorieën die worden verbrand om het lichaam in rust te laten functioneren.

Specifieke dynamische werking

Specifieke dynamische werking is de hoeveelheid calorieën die wordt verbrand bij het verteren, opnemen en vervoeren van voedingsstoffen in het lichaam. Wanneer mensen te veel calorieën eten, dan zij nodig hebben, heeft het lichaam twee keuzes; of zoveel mogelijk calorieën proberen te verbranden, of het overschot aan calorieën omzetten in vet.

Mensen met weinig aanleg om dik te worden, verbranden tot wel 30% van het overschot aan gegeten calorieën, terwijl mensen met veel aanleg om dik te worden, maar 5% verbranden van het overschot aan gegeten calorieën. Dunne mensen slaan dus maar 70% van te veel gegeten calorieën op als vet, terwijl dikke mensen 95% van te veel gegeten calorieën opslaan als vet.

Het is echter ook zo dat een overschot aan calorieën in de vorm van eiwitten makkelijker wordt verbrand en minder snel wordt opgeslagen als vetvoorraad. Een overschot aan calorieën in de vorm van vet wordt bijna direct in de vetvoorraad opgeslagen. Dunne mensen blijken vaker eiwitrijk te eten, waardoor de extra gegeten calorieën sneller worden verbrand. Dikke mensen blijken vaker vetrijk te eten, waardoor de extra gegeten calorieën sneller als vet wordt opgeslagen.

Dunne mensen zetten te veel gegeten calorieën om in spieren

Wanneer dunne mensen te veel calorieën eten, blijken zij de eiwitten in de voeding makkelijker om te zetten in extra spieren (spiermassa), waar dikke mensen het overschot aan calorieën omzetten in vet. Wanneer de eiwitten worden omgezet in spiermassa bij dunne mensen heeft dat dubbel voordeel. Aan de ene kant kost het omzetten van eiwitten in spieren meer energie. Hierdoor wordt de stofwisseling verhoogd. Aan de andere kant verhoogt de extra hoeveelheid spiermassa de ruststofwisseling, waardoor de verbranding van calorieën toeneemt.

Dunne mensen worden dun door stress, dikke mensen worden dik door stress

Wanneer de mens stress heeft, ziet men vaak twee tegengestelde reacties op de voedingsinname.

Meer eten door stress

Sommige mensen met veel stress gaan juist meer eten en vaak ook de ongezonde calorierijke voedingsmiddelen meer eten.

Minder eten door stress

Andere mensen met veel stress eten juist veel minder. Wanneer mensen met stress tot de tweede groep behoren, zullen zij juist afvallen, in tegenstelling tot mensen van de eerste groep die juist dik zal worden door stress.

Verkoudheid en dik worden

Er is een speciaal soort verkoudheidsvirus, het adenovirus 36 dat vaker wordt gevonden bij dikke mensen, dan bij dunne mensen. Er wordt gedacht dat dit virus de vetcellen stimuleert om meer vet op te slaan en sneller te delen, waardoor nog meer vet kan worden opgeslagen.

Verkoudheid oorzaak, of gevolg van dik worden

Het is echter onduidelijk of er een oorzakelijk verband is tussen het adenovirus 36 en dik worden. Het is niet duidelijk of het virus echt tot overgewicht leidt. Dikke mensen zijn namelijk ook vaker ziek en raken daardoor misschien besmet door het specifieke virus en is het virus niet de oorzaak van hun dik zijn.

Wat kunnen dikke mensen leren van dunne mensen om af te vallen?

Niet alleen aanleg en gedrag leiden tot overgewicht

Naast de erfelijke en gedragsfactoren kunnen ook bepaalde aandoeningen aan de schildklier en medicijnen tot overgewicht leiden. Zo leidt een traag werkende schildklier (hypothyreoïdie) tot een trage stofwisseling en dus een laag energiegebruik. Mensen met een laag energiegebruik worden sneller dik bij een bepaalde calorie-inname, dan mensen met een normaal energiegebruik. Ook bepaalde medicijnen, zoals bepaalde soorten antidepressiva (Lithium) en Beta-blokkers kunnen, of de calorie-inname vergroten, of het energiegebruik verlagen. De kans om te zwaar te worden, neemt dan toe.

Erfelijkheid is van invloed op gedrag bij het ontwikkelen van overgewicht

Zoals hierboven is beschreven zijn een aantal factoren die ervoor zorgen dat dunne mensen dun zijn erfelijk. Zo is het verzadigingsgevoel, hongergevoel en de drang om te bewegen erfelijk. Deze factoren beïnvloeden echter sterk het gedrag van iemand. Iemand kiest er dus uiteindelijk zelf voor om meer te gaan eten en de slechte calorierijke dingen te eten. Mensen kunnen zich bewuster worden van hoeveel zij eten en bewegen en dit bewust proberen te beïnvloeden.

Ook kunnen mensen ervoor kiezen om meer aan krachtsport te doen om zo meer spiermassa op te bouwen en zo de stofwisseling te verhogen. Verder kan op een andere manier met stress worden omgegaan in plaats van de stress weg te eten. Bijvoorbeeld meer bewegen is een goede manier om met stress om te gaan. Door meer te bewegen in plaats van de stress weg te eten, snijdt het mes aan twee kanten.

Tenslotte kan iemand wel meer vatbaar of gevoelig zijn om dik te worden. Mensen maken uiteindelijk wel zelf te keus in wat zij eten en hoeveel zij bewegen. Door de juiste verstandige bewuste keuze dag in, dag uit te maken en geen snelle resultaten te verwachten van een gezond verantwoord voedingspatroon en nieuw trainingsschema zal afvallen en een gezond gewicht bijna onvermijdelijk zijn.

Lees ook:

Gratis boek over de bouw en werking van het menselijk lichaam

Calorische restrictie (minder eten) verlengt je leven

Geen tv-kijken verlengt je leven

10 kilo afvallen door geen suiker te eten

Stappenplan voor een gezonder, slanker en sterker lichaam. Afvallen en sterker worden

Bronnen:

www.youtube.nl https://www.youtube.com/watch?v=dAQr77QMJiw opgevraagd op 28-11-2015
Reuter CP, Rosane De Moura Valim A, Gaya AR, Borges TS, Klinger EI, Possuelo LG, Franke SI, Kmetzsch L, Vainstein MH, Prá D, Burgos MS (2015), FTO polymorphism, cardiorespiratory fitness, and obesity in Brazilian youth. American Journal of Human Biology
Marra M, Pasanisi F, Montagnese C, De Filippo E, De Caprio C, de Magistris L, Contaldo F. (2007) BMR variability in women of different weight. Clinical Nutrition
Bray GA, Redman LM, de Jonge L, Covington J, Rood J, Brock C, Mancuso S1, Martin CK, Smith SR. (2015) Effect of protein overfeeding on energy expenditure measured in a metabolic chamber. American Journal of Clinical Nutrition
www.scientias.nl http://www.scientias.nl/verband-tussen-overgewicht-en-virus-gevonden/ opgevraagd op 28-11-2015

10 kilo afvallen door geen suiker te eten

Suiker bevat 4 calorieën per gram (17 kilojoules). De wetenschappelijke naam van het koolhydraat suiker is sacharose, of sucrose. Suiker is echter onder zeer veel namen bekend en het wordt aan veel voedingsmiddelen toegevoegd, omdat het goedkoop en zeer lekker is. Suiker lijkt echter verslavende eigenschappen te hebben, waardoor de mens er makkelijk te veel van eet. Een grote hoeveelheid suiker eten, gooit de normale stofwisseling van de mens in de war. Hierdoor neemt de kans om te dik te worden aanzienlijk toe. Ook zorgt suiker eten ervoor dat mensen moeilijk afvallen en de kans op suikerziekte (diabetes mellitus), Alzheimer en hart- en vaatziekten aanzienlijk toeneemt. Door suiker uit de voeding te schrappen, door geraffineerde producten niet meer te eten en zelf geen suiker toe te voegen, wordt afvallen makkelijker.

Vertering en stofwisseling van suiker

Vertering van suiker

Suiker bekend onder de wetenschappelijke naam (of sucrose) is een disacharide. Disachariden zijn eenvoudige suikers die door het spijsverteringsstelsel makkelijk worden afgebroken door de enzymen disacharidasen.

Sacharose bestaat uit de monosachariden glucose en fructose. Het spijsverteringsstelsel breekt het sacharose af met het enzym sacharase tot de opneembare monosachariden glucose en fructose.

Stofwisseling van suiker

De dunne darmcellen nemen het glucose en fructose op en geven het af aan het bloed van de poortader. Via de poortader komen het glucose en fructose aan bij de lever. De lever kan met behulp van hormoon insuline glucose omzetten in glycogeen en vervolgens opslaan. Het glucose kan ook worden afgegeven aan het bloed door de lever, vanwaar het naar alle cellen, maar met name de spiercellen, hersencellen en vetcellen stroomt. De spiercellen kunnen het glucose verbranden, of omzetten in glycogeen. Voor deze processen is wel insuline nodig.

De vetcellen verbranden het glucose, of zetten het om in vet en slaan het op. De hersencellen verbranden glucose.

Fructose moet door de lever worden omgezet in glucose, voordat de andere lichaamscellen er iets mee kunnen. Wanneer er echter een overmaat aan glucose in het bloed is, zal de lever het fructose niet omzetten in glucose, maar juist omzetten in vet. Fructose kan namelijk zeer eenvoudig worden omgezet in vet.

Fructose wordt makkelijk omgezet in vet

Zoals al is beschreven kan fructose makkelijk worden omgezet in vet. Ook geeft fructose geen verzadigingssignaal af aan het lichaam. Waar stijgende bloedglucosespiegels een signaal afgeven aan de hersenen dat het lichaam verzadigd is en geen voedsel meer nodig heeft, zorgt fructose hier niet voor. Hierdoor blijft het lichaam in de waan dat het honger heeft en wordt er teveel gegeten.

Suiker laat insulinespiegel snel stijgen, insuline maakt dik

Het glucose van suiker laat de bloedglucosespiegel snel stijgen. Als reactie hierop maakt de alvleesklier (pancreas) insuline aan. Insuline stimuleert de snelle glucose-opname van cellen uit het bloed, stimuleert de omzetting van glucose in glycogeen en stimuleert de omzetting van glucose en fructose in vet.

Een snelle opname van glucose vanuit het bloed zorgt voor een snelle bloedglucosedaling wat weer een stimulus is om weer te gaan eten. Een lage bloedglucosespiegel geeft namelijk een hongersignaal af in de hersenen, waardoor de drang om te eten weer toeneemt.

Daarnaast is insuline een anabool hormoon dat er ook voor zorgt dat vetopbouw wordt gestimuleerd en vetafbraak wordt geremd. Al deze effecten samen zorgen ervoor dat suiker dik maakt.

Daarnaast zorgen de snelle bloedglucosewisselingen ervoor dat mensen zich snel moe voelen en geen energie hebben. De bloedglucose stijgt namelijk snel, maar door de grote hoeveelheid insuline daalt de bloedglucose snel. De hersenen hebben te weinig tijd gehad om glucose op te nemen en reageren hierop met vermoeidheid.

Suiker smaakt heel erg goed en is goedkoop

Naast dat suiker de stofwisselingsroutes stimuleert om dik te worden, is suiker een zeer lekkere (smakelijke) voedingsstof. Omdat suiker zo smakelijk is, wordt er makkelijk teveel van gegeten. Producten die veel suiker en vet bevatten, zoals bijvoorbeeld chocolade, chocoladepinda’s, donuts en roomijs zijn helemaal producten die zeer smakelijk zijn.

Suiker is hypersmakelijk

Zeer smakelijke producten worden hypersmakelijke producten genoemd. Hypersmakelijke producten stimuleren oude hersengebieden die gericht zijn op beloning en overleving. Hypersmakelijke producten stimuleren de hersenen om van het product te blijven eten. Dit leverde vroeger een evolutionair voordeel op, omdat de mens dan in korte tijd veel energie kon tanken. Hierdoor kon de mens een vetvoorraad opbouwen die in tijden van schaarste de overlevingskansen vergrootte.

Suiker is verslavend en is een gif

Producten met suiker zou men bijna verslavend kunnen noemen, omdat de inname van een kleine hoeveelheid suiker zorgt voor het vrijkomen van de neurotransmitter dopamine in de hersenen. Dopamine is een neurotransmitter die het gevoel van beloning geeft. Dopamine komt ook in grote hoeveelheden vrij, bij het gebruik van alcohol, cocaïne, heroïne en andere drugs. Er moet echter steeds meer suiker worden gegeten om dezelfde hoeveelheid dopamine vrij te maken in het brein. Suiker zorgt zelfs voor een grotere aanmaak van dopamine dan cocaïne en lijkt verslavender te zijn dan cocaïne.

Suiker is lekker en goedkoop

Omdat suiker lekker en goedkoop is, wordt het aan veel voedingsmiddelen toegevoegd, zoals bijvoorbeeld jam (conserveermiddel), vlees(waren), zoutjes, chips, snoep, gebak, taart en zelfs brood. Een kleine hoeveelheid suiker in producten wordt door de hersenen al waargenomen en zorgt ervoor dat de mens al snel te veel eet van het voedingsmiddel.

Schrap (toegevoegd) suiker uit de voeding en val een halve tot twee kilo per week af

Door suiker uit het voedingspatroon te schrappen, worden de kansen om af te vallen en op gewicht te blijven veel beter.

In een gemiddelde Nederlandse wordt ruim 25% van de energie geleverd door het eten van suiker. Er zijn in het verleden adviezen gegeven aan de overheden om de hoeveelheid suiker niet meer dan 10% van de totale energie-inname te laten bedragen. De levensmiddelenlobby was echter zo sterk dat dit advies niet werd overgenomen. Nu ligt dus de verantwoordelijkheid bij de mens zelf om suiker uit het dieet te schrappen.

Wanneer suikerrijke producten worden vervangen door onbewerkte groente, fruit, volkoren producten, magere zuivelproducten (zonder toegevoegd suiker), wordt de calorie-inname makkelijk met 20 tot 25% verminderd.

Aangezien een gemiddelde Nederlandse voeding 2000-2500 calorieën bevat, zorgt dat voor een caloriereductie van ruim 500 calorieën. Dagelijks 500 calorieën minder eten zorgt voor een gemiddeld gewichtsverlies van een halve kilo per week.

Mensen die veel suiker eten, kunnen zelfs twee kilo per week afvallen.

Door geraffineerde producten zoals snoep, chocolade, gebak, witbrood, taart etc…uit de voeding te schrappen en te vervangen door verse groente, vers fruit, verse vlees(waren), verse vis en noten vergroot men de kans om af te vallen. Om suiker uit de voeding te schrappen, moet men goed etiketten lezen.

Lees etiketten en let op suiker

Om suiker uit de voeding te schrappen moet men goed etiketten lezen, omdat aan veel producten suiker is toegevoegd. De fabrikant voegt echter suiker onder veel verschillende namen toe aan producten. Hieronder wordt een korte lijst gegeven van andere namen voor suiker:

  • Rietsuiker
  • Bietensuiker
  • Vruchtensuiker
  • Sacharose
  • Sucrose
  • Kandijsuiker
  • Basterdsuiker
  • High Fructose Corn Syrup (HFCS)
  • Kaneelsuiker
  • Invertsuiker
  • Natuurlijke suiker
  • Glucose-fructosestroop
  • Kristalsuiker

Deze lijst is echter niet uitputtend. Er zijn nog veel meer namen waaronder suiker aan producten wordt toegevoegd. Kijk dus goed naar de ingrediëntendeclaratie op het etiket.

Frisdrank en vruchtensap bevatten evenveel suiker en zijn dus even slecht

Vaak wordt gedacht dat (versgeperst) vruchtensap gezond is. Dat is echter niet zo. Vruchtensap bevat evenveel suiker (ongeveer 9 klontjes suiker) als dezelfde hoeveelheid frisdrank per glas en evenveel calorieën per glas (90 calorieën per 200 milliliter).

Daarnaast vullen vruchtensap en frisdrank helemaal niet, waardoor er ongemerkt veel van wordt gedronken. Ook zijn alle vezels uit het vruchtensap gehaald. Vezels geven langdurig een vol gevoel en zorgen ervoor dat bloedglucosespiegel ongeveer gelijk blijft, waardoor er minder insuline vrijkomt.

Door alle vruchtensap en frisdrank uit de voeding te schrappen, kan men makkelijk 12 kilo afvallen per jaar.

Mag ik ook geen fruit?

Fruit bevat chemisch gezien dezelfde suikers als vruchtensap en frisdrank. Echter vers fruit bevat ook veel vezels en bevat weinig calorieën in een groot volume. Hierdoor eet men niet makkelijk teveel fruit.

Het is namelijk moeilijk om veel calorieën te eten door veel fruit te eten. Een appel van gemiddelde grootte bevat bijvoorbeeld ongeveer 80 calorieën, tegen 550 calorieën per reep (100 gram) chocolade. Om dezelfde hoeveelheid energie binnen te krijgen aan appels in plaats van een reep chocolade zou men zeven appels moeten eten. Waar het eten van een reep chocolade eenvoudig zal gaan, zullen de meeste mensen na de tweede, of misschien derde appel vol genoeg zitten.

Lees ook:

Gratis boek over de bouw en werking van het menselijk lichaam

Calorische restrictie (minder eten) verlengt je leven

Geen tv-kijken verlengt je leven

Schrijf ook voor de grootste online bibliotheek en verdien een extra inkomen

Stappenplan voor een gezonder, slanker en sterker lichaam. Afvallen en sterker worden

Bronnen:

www.youtube.nl https://www.youtube.com/watch?v=-8eQ_8Jogcw opgevraagd op 21-11-2015 

7 tips om je kind beter te laten eten

Ieder kind heeft een periode waarin het minder goed, of zelfs slecht eet. Meestal ontstaat deze periode van slecht eten rondom de peuterleeftijd. De peuter ontdekt namelijk dat hij, of zij zelf ook een persoon is en een wil heeft en streeft naar toenemende autonomie. Het eten en niet willen eten is een middel waarmee de peuter invloed kan uitoefenen. Toch willen kinderen en ook peuters heel erg veel op hun ouders lijken. Ouders zijn dus een belangrijk voorbeeld voor kinderen. Als ouders gezond eten en op een gezonde manier met eten omgaan, zullen kinderen ook gezond gaan eten. Als ouders echter ongezond eten en met een ongezonde manier met eten omgaan, is de kans groot dat kinderen ook ongezond gaan eten. Kinderen hebben dan een grote kans om overgewicht te ontwikkelen en ruim 70% van de kinderen met overgewicht hebben als volwassene ook overgewicht. Mensen met overgewicht hebben meer kans om te sterven aan een hartaanval, suikerziekte, beroerte en kanker.

Geef zelf het goede voorbeeld

Eet je als ouder gezond en verantwoord dan is de kans groot dat je kinderen ook gezond eten. Wanneer je kinderen veel snoepen en veel snacken, dan komt dat waarschijnlijk omdat je als ouder ook veel tussendoor snoept en snackt. Kinderen leren ontzettend snel en als ouder ben je het belangrijkste voorbeeld waarvan je kinderen leren. Kinderen zullen je in alles spiegelen.

Wanneer je wil dat je kind gezond eet, geef dan het goede eetvoorbeeld. Een gezond eetvoorbeeld betekent dat je als ouder de volgende voedingsmiddelen moet eten:

  • minimaal twee stuks fruit per dag
  • minimaal vijf opscheplepels groente per dag
  • vijf tot zeven sneetjes volkorenbrood per dag
  • vijf tot zeven besmeringen halvarine per dag
  • een tot twee eetlepels olie, of vloeibare margarine om in te bakken, of te braden
  • een tot twee plakken 30+ kaas per dag
  • 100 tot 125 gram magere vlees en vleeswaren per dag
  • 200 tot 300 gram vette vis per week
  • twee tot drie glazen magere, of halfvolle melkproducten (zonder suiker) per dag, dus geen yogho, chocolademelk, vla etc…, maar wel magere yoghurt, halfvolle melk
  • anderhalve tot twee liter water per dag

Wanneer je als ouder op deze manier gaat eten, zul je merken dat je jezelf ook fitter zult voelen en mogelijk afvalt.

Gebruik eten alleen als voedsel

Met bovenstaande tip wordt bedoeld dat je voedsel alleen gebruikt om je eigen lichaam en het lichaam van je kind zo goed mogelijk probeert te voeden. Voeding mag niet gebruikt worden om je kind te belonen, te troosten, of om iets goed te maken. Je kind wordt dan later mogelijk een emotie-eter. Door voeding te gebruiken als troost-, beloon-, of goedmaakmiddel associeert je kind later ook voeding hiermee en zal daardoor wanneer het als volwassene verdrietig, gestrest, boos, of teleurgesteld is ook eten en sneller overgewicht gaan ontwikkelen.

Eet op vaste momenten

Kinderen hebben ontzettend veel behoefte aan strakke kaders en regels. Ook met voeding is het zo dat kinderen behoefte hebben aan vaste eettijden en eetpatronen. Eet dus op een vast moment ontbijt, lunch en avondeten. Gebruik ook vaste momenten voor de gezonde tussendoortjes. Betrek je kinderen bij deze vaste eetmomenten door ze mee te laten helpen met de tafel dekken en afruimen en mogelijk in de bereiding van de maaltijden.

Eet zonder stoorzenders en met aandacht

Het verzadigingsgevoel van kinderen en volwassenen komt pas na zo’n tien minuten op gang. Dit betekent dat wanneer je tien minuten aan het eten bent je pas merkt dat je genoeg op hebt. Door rustig en lang te kauwen en met aandacht te eten, heb je sneller door dat je genoeg gegeten hebt. Ook bij je kind werkt dat zo. Zet dus de televisie, smartphone, tablet uit tijdens het eten. Want deze media vragen allemaal om aandacht, waardoor jij en je kind makkelijk te veel eten en je dus sneller overgewicht ontwikkelen.

Eet alleen aan tafel

De eetkamertafel is de enige plek waar de hoofdmaaltijden gegeten mogen worden. Aan de ene kant zorg je er zo voor dat het duidelijk is dat er gegeten gaat worden. Aan de andere kant beperk je zo de stoorzenders. Eten voor de televisie is uit den boze!

Eet wanneer je kind nog fit is

Je kind eet het beste wanneer het nog fit is en niet vermoeid. Eet dus niet vlak voor het slapengaan. Ook is de kans groter dat je kind geen machtsstrijd gaat maken van het eten als het nog fit is. Dit scheelt weer heleboel frustratie aan de eettafel!

Regels rondom eten

Het honger- en verzadigingsgevoel is bij kinderen zeer goed in evenwicht. Kinderen hebben perfect door wanneer zij genoeg hebben gegeten, of wanneer zij nog meer lusten. Als ouder bepaal je echter wel wanneer en wat er gegeten gaat worden. Je kind mag echter bepalen wanneer het genoeg heeft gegeten. Dwing je kind nooit om het bord leeg te eten. Hiermee negeert je kind namelijk zijn verzadigingsgevoel en zal op volwassen leeftijd ook meer gaan eten, dan hij, of zij nodig heeft en ontwikkelt sneller overgewicht. Ga niet de strijd aan of je kind wel, of niet genoeg heeft gegeten. Wanneer je kind de ene dag te weinig eet, zal het de volgende dag wel wat meer eten.

Straf ook nooit met eten. Geef je kind altijd een toetje. Ook als je kind naar jouw oordeel slecht heeft gegeten, straf dat dan nooit af door geen toetje te geven. Het toetje krijgt dan namelijk de status van beloon- en strafmiddel.

Lees ook:

Bronnen:

Nederlands Centrum Jeugdgezondheid https://www.ncj.nl/landelijke-coordinatie/overzicht-landelijke-documenten/richtlijn/?item=85 opgevraagd op 26-10-2015

Help! Net moeder (of vader) veelgestelde vragen

Als je net moeder of vader bent geworden komt er veel nieuws op je af. Nieuwe ouders vragen zich vaak af of ze het wel goed doen. Nieuwe ouders vragen zich vaak af hoeveel een baby per dag mag huilen en of hun baby een huilbaby is. Ook vragen nieuwe ouders zich vaak af hoeveel een baby, mag, of moet drinken, wat zij kunnen doen aan darmkrampjes, wat regeldagen zijn en wat de moeder mag eten en drinken als zij borstvoeding geeft. De net bevallen vrouw kan haarzelf ook afvragen wanneer zij weer slank en fit is en niet meer zo moe.

Mijn baby huilt zo veel!

Als een baby huilt, lijkt dat altijd heel erg lang te duren met name als het je eigen kind is. Gemiddeld huilen baby’s van zes weken oud gemiddeld tweeënhalf uur per dag. Een baby van zes weken oud heeft op die leeftijd zijn of haar huilpiek, omdat een baby de meeste last heeft van darmkrampjes. Na zes weken nemen de darmkrampjes af en neemt het aantal uren huilen per dag steeds meer af.

Vaak huilt een baby in de avonduren het meeste, omdat een baby dan het meeste last heeft van darmkrampjes. Een baby van drie maanden tot een jaar oud huilt gemiddeld een uur tot anderhalf uur per dag. Door een baby bij je te dragen in een draagdoek kan het huilen minder worden. Men spreekt van een huilbaby bij de regel van drie. Dit betekent dat wanneer een baby drie achtereen gesloten weken, drie dagen of meer per week drie of meer uren huilt, een baby een huilbaby is.

Hoe vaak mag mijn baby aan de borst?

Wanneer de baby huilt, heb je meestal direct een toeschietreflex (er loopt melk uit de borst). Dit komt omdat het huilen van de baby zorgt voor het vrijkomen van het hormoon oxytocine. Oxytocine zorgt ervoor dat de melkklieren in de borst samentrekken en de melk uit de borst knijpen. Dat er sprake is van een toeschietreflex betekent niet dat de baby ook echt moet drinken.

In principe mag je de baby zo vaak laten drinken als je wil. Een baby heeft echter gemiddeld in het begin acht tot twaalf voedingen per dag nodig. Er zijn echter ook een aantal regeldagen. Op deze regeldagen regelt de baby de hoeveelheid borstvoeding die hij/zij nodig heeft opnieuw in en vraagt daarom vaker om borstvoeding. De regeldagen komen voor op de tiende dag, zes weken en drie maanden na de bevalling. Op deze regeldagen vraagt de baby om de twee uur om borstvoeding. Ga geen venkelthee, of anijs(thee) drinken om de melkproductie te stimuleren. Het is namelijk nog niet duidelijk of de stoffen die in deze theesoorten zitten schadelijk kunnen zijn voor de baby.

Wanneer ben ik weer fit en minder moe na de bevalling?

Wanneer je weer fit bent na de bevalling is afhankelijk van je fitheid voor de bevalling en tijdens de zwangerschap. Als je toen fit was, ben je na de bevalling ook sneller fit.

Het hormoon progesteron dat in hoge concentraties tijdens de zwangerschap aanwezig was, heeft het bewegingsapparaat (spieren, pezen en gewrichten) echter verzwakt. Dit is gunstig tijdens de zwangerschap, omdat dat de bevalling vergemakkelijkt. Ook zorgt progesteron ervoor dat de ingenestelde bevruchte eicel niet wordt afgestoten. Dit doet progesteron door spiersamentrekkingen van de baarmoeder tegen te gaan.

Gezond eten, veel en gedoseerd bewegen, zorgt ervoor dat je sneller fit bent. Zorg voor een combinatie van kracht- en duurtraining, maar begin op een lichte intensiteit en overhaast niets.

Wanneer ben ik weer slank na de bevalling?

Wanneer je weer je oude figuur terug hebt na de bevalling is afhankelijk van hoeveel je bent aangekomen tijdens de zwangerschap. Ben je veel aangekomen, dan duurt het afvallen langer. Probeer echter nooit meer dan een halve kilo per week af te vallen. Daarnaast zorgt gezond eten en veel lichaamsbeweging ervoor dat je sneller je oude gewicht terug hebt.

Tenslotte zorgt het geven van borstvoeding ervoor dat je sneller en makkelijker afvalt. Een vrouw die borstvoeding geeft, verbruikt dagelijks namelijk 400 tot 500 calorieën extra per dag. Dit staat gelijk aan de hoeveelheid calorieën die worden verbrand met een uur tot anderhalf uur stevig doorwandelen.

Wat moet ik eten als ik borstvoeding geef?

In principe mag je bijna alles eten als je borstvoeding geeft. Er is ook geen wetenschappelijk bewijs dat de voeding van de vrouw, via de borstvoeding darmkrampjes bij de baby kan uitlokken. Het is echter wel belangrijk dat je gezond eet als je borstvoeding geeft. Slecht eten en borstvoeding geven, putten het vrouwenlichaam uit en vergroten de kans op botontkalking (osteoporose). Eet dus:

  • Minimaal 2 ons groente
  • Minimaal 2 stuks fruit
  • 3 bekers magere en halfvolle melkproducten
  • 3-5 aardappels, of 3-5 opscheplepels volkoren pasta, of zilvervliesrijst
  • 5-7 sneden volkoren brood besmeerd met halvarine
  • 125 gram vlees en vleeswaren
  • 2 plakken kaas
  • 10-20 gram olie
  • Anderhalve liter water
  • Een multivitamine voor vrouwen die borstvoeding geven

Wat te doen bij darmkrampjes bij mijn baby?

Bijna iedere baby heeft er last van; darmkrampjes! De piek dat baby’s de meeste last hebben van darmkrampjes ligt rond de zes weken, daarna nemen de darmkrampjes geleidelijk af. De darmen van baby’s moeten nog rijpen en wennen aan fles- of borstvoeding. Dit wennen aan fles- of borstvoeding duurt een hele tijd. Daarnaast kan lucht in de speen van de flesvoeding ervoor zorgen dat de baby lucht inslikt en dit kan eveneens darmkrampjes uitlokken.  Ook met de baby met de buik op de onderarm, of over de schouder lopen, kan ervoor zorgen dat de lucht loskomt en de baby beter scheetjes en boertjes kan laten en daardoor minder last heeft van darmkrampjes. Tenslotte zijn er druppeltjes beschikbaar met de stof dimeticon, of simeticon, zoals Sab Simplex, Infacol, of een huismerk van een drogisterij. Deze middeltjes moeten gegeven worden vlak voor een voeding en kunnen helpen tegen krampjes.

Wanneer heeft de baby genoeg borstvoeding gedronken?

Veel vrouwen die net moeder zijn geworden, twijfelen of hun baby genoeg borstvoeding binnenkrijgt. Een baby krijgt genoeg borstvoeding als de baby goed groeit, levendig en alert oogt en dagelijks ongeveer zes zware plasluiers heeft.

Verder kan speciale flesvoeding voor vermindering van de darmkrampjes bij de baby zorgen. Deze flesvoeding heet Nutrilon Omneo van Nutricia en is zowel online als in de drogisterij goed verkrijgbaar.

Ook borstvoeding die erg snel stroomt, kan darmkrampjes uitlokken. De baby moet dan namelijk erg snel drinken. Hierdoor moeten de darmpjes veel voeding in korte tijd verwerken. Er zijn verschillende maatregelen die kunnen helpen tegen darmkrampjes. Zo kun je fietsen met de beentjes van de baby. Hierdoor komt de lucht los in de darmen en kan de baby scheetjes en boertjes laten.

Tenslotte wordt er afgeraden om alcohol te drinken, meer dan 3 kopjes koffie (in verband met cafeïne) te drinken en te roken. Alcohol, cafeïne en de schadelijke stoffen uit sigarettenrook komen namelijk via de borstvoeding bij de baby terecht.

Bronnen:
Lees ook:

Hoe snel na de bevalling ben ik weer fit en slank?

Bijna iedere vrouw wil na de bevalling weer zo snel mogelijk fit zijn en haar oude gewicht terug hebben. Dit is echter niet reëel. Een zwangerschap en bevalling zijn een aanslag op het lichaam. Het hormoon progesteron heeft gewrichten en spieren verzwakt en het duurt ongeveer negen maanden voordat het bewegingsapparaat weer is versterkt. Een gewichtsverlies van ongeveer een halve kilo per week is reëel en haalbaar. Door dagelijks gezond te eten, borstvoeding te geven en te bewegen, is afvallen en fit worden na de bevalling makkelijker.

Overhaast niets!

Het is belangrijk om niets te overhaasten. Het is niet verstandig als de vrouw die net bevallen is zo snel mogelijk wil afvallen en fit wil worden. Een zwangerschap en bevalling zijn namelijk voor het lichaam ingrijpende gebeurtenissen. De banden, pezen, spieren en gewrichten zijn tijdens de zwangerschap door hogere hormoonspiegels van het hormoon progesteron verzwakt. Het zwakker worden van de pezen, banden, spieren en gewrichten maken de bevalling makkelijker.

Na de bevalling zorgt de verzwakking en verweking van deze onderdelen van het bewegingsapparaat er echter voor dat de belastbaarheid is afgenomen en het belangrijk is om rustig aan te doen. Het ontzwangeren van het lichaam duurt ongeveer even lang als de zwangerschapsduur; ongeveer 9 maanden dus. Het is niet reëel dat de net bevallen vrouw verwacht dat ze sneller fit en slank is dan 9 maanden.

Een fitte zwangere vrouw heeft sneller haar oude figuur terug

Hoeveel tijd het duurt een vrouw na de bevalling weer fit en slank is, is afhankelijk van de fitheid en lichaamsgewicht vlak voor en tijdens de zwangerschap. Als de vrouw in het begin van de zwangerschap een gezond normaal gewicht heeft en een normale gewichtstoename heeft tijdens de zwangerschap, dan is het makkelijker om op het oude gewicht te komen.

Veel bewegen tijdens de zwangerschap zorgt voor een fit lichaam na de bevalling

Ook veel bewegen tijdens de zwangerschap maken het makkelijker om op het oude lichaamsgewicht en fitheid te komen. Door veel te bewegen tijdens de zwangerschap blijft de belastbaarheid van de vrouw op peil, waardoor na de bevalling makkelijker op een iets intensiever niveau bewogen kan worden.

Het is niet gevaarlijk voor de zwangere vrouw om te bewegen. Het is zelfs goed als de zwangere vrouw veel beweegt. Vooral bewegen op een matige intensiteit is erg goed. Bewegen op een matige intensiteit is stevig wandelen, fietsen en zwemmen. Ook yoga en rustige spierversterkende oefeningen zijn verstandig om te doen. Wees echter voorzichtig met buikspieroefeningen. Hele sterke buikspieren kunnen namelijk de bevalling lastiger maken. De bekkenbodemspieren trainen, is wel zeer verstandig om te doen tijdens de zwangerschap. Sterke bekkenbodemspieren verkleinen namelijk de kans op urine-incontinentie.

Voer het bewegen na de bevalling rustig op

Na de bevalling is het belangrijk om het bewegen rustig op te voeren. Het is beter om dagelijks een kwartiertje stevig te gaan wandelen, of te gaan fietsen, dan twee keer per week 45 minuten. Door dagelijks wat aan beweging te doen, is het eenvoudiger om sneller fit te worden en de hoeveelheid beweging op te voeren.

Probeer naast dagelijks fietsen, of wandelen rustig wat spierversterkende oefeningen te doen, waarbij je wat extra aandacht geeft aan de door de zwangerschap mogelijk verzwakte bekkenbodem- en buikspieren.

Door borstvoeding sneller slank

Verder zorgt het geven van borstvoeding voor een hoger energiegebruik, waardoor afvallen makkelijker gaat. Door het geven van borstvoeding heeft de vrouw dagelijks namelijk 400 tot 500 calorieën extra nodig. Wanneer de zwangere vrouw verstandig eet en dus de goede producten kiest, heeft zij sneller haar oude gewicht terug. Het is echter verstandig om wel genoeg te eten en gezond te eten. Wanneer de zwangere vrouw borstvoeding geeft en te weinig eet en ongezond eet, pleegt zij roofbouw op haar lichaam.

Door gezond te eten, is de zwangere vrouw sneller fit en slank

Door gezond te eten blijft het lichaam fit en gezond. Juist voor net bevallen vrouwen is het extra belangrijk om gezond te eten. Gezonde voeding zorgt voor een sneller herstel van het lichaam en de voeding die de vrouw eet, krijgt de baby via de borstvoeding. Een gezonde voeding bestaat uit veel groente, fruit en volkoren producten. Eet daarnaast voldoende rood vlees en vleeswaren (voor het ijzer), vette vis en magere melkproducten. Besmeer iedere boterham met halvarine met veel onverzadigd vet en drink veel water. Drink echter niet meer dan twee koppen koffie per dag wanneer borstvoeding wordt gegeven. Koffie bevat namelijk cafeïne en dat kan de baby onrustig maken.

Lees ook:
Bronnen:

Wat mag ik wel en niet tijdens de zwangerschap?

Tijdens de zwangerschap mogen zwangere vrouwen bijna hetzelfde als wat zij buiten de zwangerschap om mogen. Er zijn echter een aantal zaken die een zwangere vrouw niet mag doen of in beperkte mate mag doen. Alcohol drinken en roken wordt tijdens de zwangerschap ten strengste ontraden. Over andere zaken die je wel, niet of in beperkte mate mag doen, kan de zwangere vrouw vragen hebben. Dit zijn vragen zoals: mag ik leverpastei op mijn brood tijdens de zwangerschap? Welke kaas mag ik als zwangere vrouw? Hoeveel koffie mag ik als zwangere vrouw op een dag drinken? Is drop wel goed voor de bloeddruk tijdens de zwangerschap? Mag je tijdens de zwangerschap de kattenbak verschonen?

Vitamine A-rijke voedingsmiddelen en zwanger
Het vetoplosbare vitamine A wordt door de placenta doorgegeven aan de groeiende baby en is in grote hoeveelheden schadelijk. Vitamine A kan namelijk groeiproblemen veroorzaken bij de ontwikkelende foetus. Vitamine A komt veel voor in lever en in leverrijke voedingsmiddelen zoals leverkaas, Berlinerworst, leverpastei en paté. Het eten van pure lever wordt ten strengste afgeraden tijdens de zwangerschap. Van de overige leverrijke voedingsmiddelen mag hooguit een portie per dag worden gegeten.

Vitamine A heeft ook een wateroplosbaar provitamine. Het provitamine van vitamine A is bèta-caroteen. Bèta-caroteen kan worden omgezet in vitamine A. Bèta-caroteen komt veel voor in wortels en felgekleurde groente, zoals bijvoorbeeld tomaat en paprika. Bèta-caroteen wordt bij een grote inname uitgescheiden door de nieren met de urine. Vrouwen die zwanger zijn, of zwanger willen worden wordt aangeraden een speciale voor hen geschikte multivitaminepil slikken. Deze speciale pil bevat minder vitamine A.

Rauwmelkse kazen en zwanger
Zwangere vrouwen wordt afgeraden om rauwmelkse kazen te eten. Deze kazen kunnen namelijk de schadelijke Listeriabacterie bevatten. Wanneer een kaas van rauwe melk is gemaakt, staat dat op de ingrediëntenlijst. Een in het buitenland gemaakte rauwmelkse kaas wordt aangeduid met ‘lait cru’ op het etiket. Brie, mozzarella, camembert, roquefort, gorgonzola en feta kunnen van rauwe melk gemaakt zijn. Wanneer rauwmelkse kazen stevig worden verhit, kunnen ze wel veilig gegeten worden.

Cafeïne (koffie, thee, cola, energy drinks) tijdens de zwangerschap
Cafeïne is schadelijk voor de ontwikkelende baby en daarom wordt het afgeraden om meer dan 200 mg cafeïne dagelijks te gebruiken. Een kop koffie en een blikje energy drink bevat tussen de 50 en 100 mg cafeïne, thee tussen de 30 en 50 mg cafeïne per mok en cola rond de 20 mg cafeïne per glas.

Drop en bloeddruk
Glycyrrhizine is een stof die voorkomt in drop, zoethout(thee), sterrenmuntthee en stimorolkauwgum. Glycyrrhizine is een bloeddrukverhogende stof waarvan de zwangere vrouw dagelijks niet teveel van mag eten. Twee dropjes (twee kauwgums) en kop zoethoutthee kunnen geen kwaad.

Kruiden en zwanger
Kruiden en kruidenpreparaten kunnen schadelijk zijn voor de baby. Boerenwormkruid, efedra, smeerwortel, aloë, sassafras, hoefblad, komkommerblad (borage), absintalsem en kava kava mogen absoluut niet worden gegeten door de zwangere vrouw. Eet niet teveel venkel, kaneel (koekjes), dong quai, fenegriek, anijs, nigelle, salie, senna, gember, meidoorn en moederkruid. Gebruik ook geen kruidenpreparaten en thee waar bovenstaande kruiden inzitten.

Alcohol en roken zeer schadelijk voor de baby
Alcohol drinken en roken is voor iedereen ongezond. Voor de ontwikkelende baby zijn alcohol en sigarettenrook echter helemaal puur vergif die de kwetsbare cellen van de baby ernstig kunnen aantasten, waardoor baby’s te licht en te vroeg worden geboren en onder andere Foetaal Alcohol Syndroom (FAS) en slecht ontwikkelde longen kunnen krijgen.

Voeding bewaren
Eet geopende vleeswaren en kant-en-klaarmaaltijden binnen twee dagen na openen op. Verse salades moeten na openen direct gebruikt worden en zeker niet langer dan twee dagen bewaard worden.

Vis eten goed tijdens zwangerschap
Vooral vette vis eten is goed voor iedereen die een gezond hart en bloedvaten wil hebben. er wordt aangeraden om wekelijks twee keer een portie vette vis te eten. Zwangere vrouwen wordt echter aangeraden om niet vaker dan twee keer per week vis te eten. Verder mogen zwangere vrouwen geen gerookte vis, vacuümverpakte vis, rauwe vis en roofvissen (verse tonijn, zwaardvis, marlijn, snoekbaars, koningsmakreel en haai) eten. Tonijn uit blik mag echter wel. De zwangere vrouw mag ook geen paling, rauwe schaal- en schelpdieren en sushi met rauwe vis eten.

Rauw vlees eten; tartaar, biefstuk, filet Americain
Zwangere vrouwen wordt ontraden om rauw vlees te eten. Filet Americain, ossenworst en carpaccio zijn rauwe vleesproducten en mogen niet gegeten worden. Biefstuk, rosbief, lamshaas, tartaar en varkenshaas mogen alleen gegeten worden door zwangere vrouwen mits deze vleesproducten goed verhit en geheel gaar zijn.

Rauwe eieren eten
Salmonella komt voor in rauwe eieren. Bij het garen van eieren zal de Salmonellabacterie sterven. Salmonella kan een voedselvergiftiging veroorzaken die bij zwangere vrouwen eerder tot ernstige diarree en daardoor uitdroging kan veroorzaken die zowel voor de zwangere vrouw als de ontwikkelende baby gevaarlijk is. Mijd daarom gerechten met rauwe eieren, zoals crème brûlée, zelfgemaakte mayonaise en tiramisu. Kook en bak eieren door en door gaar.

Vliegen
Vanaf de 30ste week van de zwangerschap vragen vliegmaatschappijen een verklaring van de verloskundige dat je mag vliegen. Tot de 34ste week van de zwangerschap geeft de verloskundige deze verklaring, mits er geen problemen in de zwangerschap zijn.

Sporten tijdens de zwangerschap
Een fitte zwangere vrouw heeft doorgaans een betere bevalling en herstelt sneller van de bevalling. Ook kan een fitte zwangere vrouw beter de zwangerschap zelf aan. Om deze reden is het belangrijk om dagelijks matig fysiek actief te zijn. Vermijd echter sporten met een groot val- en stootgevaar, zoals wielrennen, vechtsporten en wintersport.

Toxoplasmose, in de tuin werken en de kattenbak verschonen
Toxoplasmose wordt veroorzaakt door Toxoplasma gondii. Deze ziekteverwekker komt voor in de kattenbak en grond van de tuin.
Tijdens de zwangerschap mag je alleen de kattenbak verschonen en in de tuin werken, mits goed beschermd. Dit betekent goede handschoenen dragen en goed de handen wassen. Beter is het echter om iemand anders deze klusjes te laten doen.

Sauna
Hoge lichaamstemperaturen zijn niet goed voor de zwangere vrouw en de baby. Het wordt daarom zeker niet in het begin van de zwangerschap naar de sauna te gaan. Wanneer men later in de zwangerschap toch naar de sauna wil gaan, ga dan naar de minst warme sauna.

Lees ook:

Gratis boek over de bouw en werking van het menselijk lichaam

Schrijf ook voor de grootste online bibliotheek en verdien een extra inkomen

Wat kun je doen aan zwangerschapskwaaltjes?

Voortplanting; de bevalling, geboorte

Voortplanting; ontwikkeling organen eerste trimester zwanger

Bronnen:

Voedingscentrum, http://www.voedingscentrum.nl/nl/mijn-kind-en-ik/zwanger/wat-kan-ik-wel-en-niet-eten-tijdens-mijn-zwangerschap-.aspx bezocht op 7-10-2015

Wat kun je doen aan zwangerschapskwaaltjes?

De zwangerschap is vaak een vreugdevolle periode. Een groeiend kindje in de buik van de zwangere vrouw dat zich elke dag ontwikkelt tot een volledig mens. Het klompje cellen dat zich aan het ontwikkelen is tot een volledig mens is geheel afhankelijk van hetgeen de zwangere vrouw eet en doet. Goede zwangerschapsgewoonten leiden vaak tot een goede ontwikkeling van het kindje. Slechte zwangerschapsgewoonten kunnen leiden tot ernstige afwijkingen van het kindje. Een zwangerschap gaat echter ook vaak gepaard met kwalen en kwaaltjes, zoals vermoeidheid, bloedarmoede, misselijkheid, overgeven, obstipatie (verstopping), maagzuurbranden en dorst. Veel van deze zwangerschapskwaaltjes zijn echter te verlichten.

Vermoeidheid en zwanger

Vooral tijdens het eerste en laatste deel van het laatste trimester ervaren veel zwangere vrouwen vermoeidheid. Deze vermoeidheid in de zwangerschap hoeft niet tot bezorgdheid te leiden, want deze vermoeidheid is geheel normaal. In het eerste trimester van de vermoeidheid vinden namelijk bijna alle lichamelijke veranderingen bij de vrouw plaats die het mogelijk maken om een kindje in de buik te laten ontwikkelen. In het eerste trimester van de zwangerschap maakt de vrouw extra bloed, de baarmoeder en de borsten nemen in omvang toe. De borsten passen zich aan aan het produceren van melk.

Daarnaast ontwikkelt de bevruchte eicel zich in het eerste trimester tot een foetus waarin alle organen zijn aangelegd en ‘alleen’ nog maar hoeft te groeien in het tweede en derde trimester. In het derde trimester kan de grote buik van de zwangere vrouw in de weg zitten. De grote buik zorgt ervoor dat de zwangere vrouw niet meer in alle houdingen kan slapen, wat kan leiden tot slaapproblemen. Ook kost het bewegen meer moeite met een grote buik en de bijbehorende gewichtstoename. De vermoeidheid van het eerste trimester verdwijnt bijna altijd. De maatregelen die je kunt nemen tegen de vermoeidheid zijn:

  • Zorg ervoor dat je voor aanvang van de zwangerschap zo fit mogelijk bent door veel te bewegen, gezond te eten en goed te rusten. Hierdoor is een reserve opgebouwd die tijdens het eerste trimester gebruikt kan worden.
  • Tijdens het eerste trimester is rusten het enige dat gedaan kan worden. Probeer hier dus aan toe te geven en rust op alle momenten dat dat mogelijk is.
  • Probeer veel in de buitenlucht te bewegen, bijvoorbeeld door te wandelen, te fietsen, of yoga te doen. In de buitenlucht bewegen zorgt voor het krijgen van meer energie.
  • Probeer gezond te eten. Gezond verantwoord eten geeft namelijk energie

Bloedarmoede en zwanger

Het HB-gehalte (hemoglobinegehalte) wordt bij de verloskundige gecontroleerd. Vooral tijdens het eerste trimester werkt het zwangere lichaam erg hard om het kindje goed te laten ontwikkelen. Dit kan echter leiden tot bloedarmoede. Deze bloedarmoede (anemie) leidt eveneens tot vermoeidheid. Naast de staaltabletten die door de huisarts worden voorgeschreven, kan de zwangere vrouw ook zelf veel doen aan de bloedarmoede, namelijk het eten van rood vlees en foliumzuur- en vitamine C-rijke voedingsmiddelen voor het verhelpen van bloedarmoede. Rood vlees bevat namelijk veel goed opneembaar ijzer (heamijzer) en vitamine C zorgt ervoor dat het ijzer nog beter wordt opgenomen. Foliumzuur zorgt ervoor dat bloedcellen zich goed kunnen delen.

Misselijkheid, overgeven en zwanger

Misselijkheid en overgeven treden vaak op in de zwangerschap. Misselijkheid en overgeven worden veroorzaakt door de zwangerschapshormonen progesteron en HCG. Tijdens het eerste trimester van de zwangerschap neemt de concentratie van deze hormonen eerst toe en daarna weer af. De misselijkheid is vaak tijdens het eerste trimester het ergste, maar neemt daarna af. Door vaak kleine lichte voedingsmiddelen te eten wordt voeding beter verdragen. Voedingsmiddelen zoals koffie, sterk gekruide voedingsmiddelen en vlees worden minder goed verdragen. Als voorzorg voor het vele overgeven kan een multivitamine genomen worden. Overleg met de verloskundige welke vitaminepillen geschikt zijn. Wanneer het overgeven zeer ernstig is en weken aanhoudt en daardoor veel vocht verloren wordt is het zeer belangrijk om contact op te nemen met de huisarts of verloskundige. Er bestaat dan namelijk het gevaar op uitdroging.

Obstipatie (verstopping) en zwanger

De zwangerschapshormonen zorgen niet alleen voor vermoeidheid en misselijkheid, maar kunnen ook voor obstipatie zorgen. Het hormoon progesteron vermindert namelijk de samentrekkingen van de spieren van de baarmoeder, zodat de foetus niet wordt uitgedreven. Progesteron legt echter ook de spierwerking van de darmen plat, waardoor de darmperistaltiek afneemt. Door veel vezels te eten uit groente, fruit en volkoren producten en daarbij veel te drinken, wordt de darmwerking ondersteund. Ook veel bewegen stimuleert de darmwerking. Probeer daarnaast direct naar het toilet te gaan wanneer er sprake is van aandrang. Laxeermiddelen kunnen alleen gebruikt worden na overleg met de verloskundige.

Hypertensie (hoge bloeddruk) en zwanger

Tijdens de zwangerschap kan zich een hoge bloeddruk ontwikkelen. Omdat men niets merkt van een hoge bloeddruk, wordt de bloeddruk standaard gecontroleerd door de verloskundige. Een hoge bloeddruk zorgt er namelijk voor dat de placenta minder goed functioneert en de baby zich minder goed kan ontwikkelen. Vaak zijn een paar kleine aanpassingen in de voeding voldoende om de bloeddruk te normaliseren. Door geen eten uit pakjes te eten, geen sauzen te eten, nergens zout aan toe te voegen en veel vers fruit en groente te eten, normaliseert de bloeddruk zich weer. Door veel te wandelen en te fietsen, zal de bloeddruk zich ook makkelijker normaliseren.

Dorst en zwanger; voorbode voor zwangerschapssdiabetes?

Dorst treedt vaak op in het begin van de zwangerschap. Na verloop van tijd hoort deze dorst te verdwijnen. Als de dorst niet verdwijnt tijdens de zwangerschap, kan dat een symptoom van zwangerschapsdiabetes zijn. Zwangerschapsdiabetes kan gevaarlijk zijn voor de baby. De baby zal namelijk gevaarlijk groot worden. Door het bloed te testen op bloedsuiker (bloedglucose) kan worden vastgesteld of er sprake is van zwangerschapsdiabetes. Als er sprake is van zwangerschapsdiabetes hoeven er vaak geen medicijnen gebruikt worden. Wel moet de zwangere vrouw gezond eten en de hoeveelheid koolhydraten in het dieet beperken. De diëtist kan erg goed helpen bij zwangerschapsdiabetes.

Brandend maagzuur en zwanger

De groeiende baby neemt steeds meer ruimte in in de buik. Uiteindelijk drukt de baby ook tegen de maag. Hierdoor wordt voeding minder goed in de dunne darmen doorgelaten. Door veel te bukken en te liggen kan het maagzuur makkelijker omhoog komen. Ook het eten van vette, sterk gekruide producten, het drinken van cafeïnehoudende dranken en vruchtensappen en kauwen van kauwgum kan brandend maagzuur veroorzaken. Door kleine licht verteerbare maaltijden te eten, het hoofdeinde van het bed te verhogen en door de knieën in plaats van te bukken kan het maagzuurbranden verminderen. Neem geen maagzuurremmers zonder overleg met de verloskundige.

Lees ook:

Gratis boek over de bouw en werking van het menselijk lichaam

Schrijf ook voor de grootste online bibliotheek en verdien een extra inkomen

Wat mag ik wel en niet tijdens de zwangerschap?

Voortplanting; de bevalling, geboorte

Voortplanting; ontwikkeling organen eerste trimester zwanger

Bronnen:

www.voedingscentrum.nl

Diabetes mellitus type 2 (ouderdomssuiker) is te genezen

Insuline is een belangrijk hormoon voor de glucosestofwisseling van het lichaam. Insuline wordt geproduceerd door de β-cellen van de eilandjes van Langerhans van de pancreas (alvleesklier). Bij diabetes mellitus type 2 wordt er onvoldoende insuline door de pancreas geproduceerd en/of zijn de spier-, lever- en vetcellen ongevoelig (insulineresistent) voor de werking van insuline. Vaak treedt deze insulineresistentie op door overgewicht, weinig bewegen (inactiviteit) en ongezond eten. Wanneer de pancreas bij diabetes mellitus type 2 nog voldoende insuline produceert, maar er met name sprake is van insulineresistentie, dan is diabetes mellitus type 2 nog goed te genezen en kunnen type 2-diabeten volledig van hun diabetes afkomen. Dit vraagt echter wel een grote verandering van leefstijl. Een gezonde leefstijl bij diabetes bestaat uit duurtraining, krachttraining, afvallen en gezond eten.

Oorzaken van diabetes mellitus (suikerziekte)
Diabetes mellitus ontstaat wanneer glucose vanuit het bloed niet de spiercellen, levercellen en vetcellen in kan. Insuline, het hormoon geproduceerd door de β-cellen van de eilandjes van Langerhans is verantwoordelijk voor de opname van glucose door de spier-, lever- en vetcellen. Door deze glucose-opname daalt de bloedglucosespiegel. Naast de opname van glucose uit het bloed is insuline verantwoordelijk voor de omzetting van glucose in glycogeen, de omzetting van aminozuren (bouwstenen van eiwitten) tot eiwitten en de omzetting van vetzuren in vet. Diabetes mellitus kan op verschillende manieren ontstaan en heeft dus verschillende oorzaken. Het ontstaan van diabetes mellitus kan ontstaan door een combinatie van onderstaande factoren:

  • Afname van het aantal β-cellen van de eilandjes van Langerhans, waardoor er minder insuline wordt geproduceerd.
  • De insuline die wordt geproduceerd is anders van structuur waardoor de insuline niet goed werkt.
  • Insulinereceptoren op het celoppervlak reageren niet goed op insuline, of er zijn minder insulinereceptoren. Bepaalde receptoren op de spier-, lever- en vetcellen binden insuline en zetten een celreactie in gang die ervoor zorgt dat glucose wordt opgenomen.
  • Insulineresistentie door bepaalde ontstekingsfactoren die door de vetcellen worden geproduceerd.
  • Verminderde insulineproductie door de β-cellen van de eilandjes van Langerhans.
  • Abnormale glucosestofwisseling.

Hoe ontstaat diabetes mellitus type 2
Negentig procent van alle diabeten heeft diabetes mellitus type 2. Diabetes mellitus type 2 ontstaat met name bij mensen ouder dan 40 jaar, die inactief zijn, veel overgewicht (met name door stapeling van veel buikvet) en een ongezond eetpatroon hebben. De ongezonde leefstijl gekenmerkt door inactiviteit, ongezond eten en overgewicht, zorgt ervoor dat de reservecapaciteit van de alvleesklier wordt uitgeput en de alvleesklier op den duur minder insuline produceert. Daarnaast zorgt de ongezonde leefstijl in een eerder stadium voor insulineresistentie. Het ontstaan van diabetes mellitus type 2 is vaak een combinatie van beide factoren.

Diabetes mellitus type 2 is te genezen!
Wanneer in een vroeg stadium van het ontstaan van diabetes mellitus type 2 de leefstijl radicaal wordt veranderd, is diabetes mellitus type 2 goed te genezen. Het genezen van diabetes mellitus type 2 betekent voor de diabeet dat hij/zij geen orale bloedglucoseverlagende medicatie hoeft te gebruiken.

Het vroege stadium van diabetes mellitus type 2 is het moment dat alvleesklier nog veel insuline produceert, maar de spier-, vet- en levercellen ongevoelig zijn voor insuline. Wanneer echter in een laat stadium van diabetes mellitus (wanneer de pancreas minder insuline produceert) type 2 de leefstijl wordt aangepast, kan dit ook betekenen dat de diabeet minder orale bloedglucoseverlagende medicijnen nodig heeft en/of minder insuline hoeft te spuiten.

Zowel in een vroeg als laat stadium van diabetes mellitus de leefstijl verbeteren, zorgt voor een kleinere kans op micro- (retinopathie, nefropathie, neuropathie) en macrovasculaire aandoeningen (hartinfarct, herseninfarct, claudicatio intermittens).

Nu duidelijk is geworden dat een gezonde leefstijl bij diabetes mellitus type 2 voor een gunstiger ziekteverloop zorgt en diabetes mellitus type 2 zelfs kan genezen, is het belangrijk om te weten uit welke componenten een gezonde leefstijl bestaat. Hieronder wordt beschreven uit welke componenten een gezonde leefstijl bestaat.

Beweeg dagelijks, doe duur- en krachttraining
Veel bewegen zorgt ervoor dat het lichaam meer glucose verbrandt er meer spiermassa wordt opgebouwd en de doorbloeding van de spieren toeneemt. Doordat er meer glucose en glycogeen wordt verbrand door de spieren, worden de spieren gevoeliger voor insuline en nemen ze daardoor beter glucose uit het bloed op en zetten het sneller om in glycogeen. Meer spiermassa zorgt ervoor dat er meer glucose als glycogeen in de spieren kan worden opgeslagen. De betere doorbloeding tijdens en na het bewegen zorgt ervoor dat glucose beter de spieren kan bereiken en daardoor beter door de spieren kan worden opgenomen.

Om diabetes mellitus type 2 in een vroeg stadium te genezen, is het belangrijk om dagelijks minimaal een uur aan duurtraining (lopen, wandelen, fietsen, zwemmen) te doen en drie keer per week zware krachttraining te doen, waarbij het hele lichaam wordt getraind.

Afvallen geneest diabetes mellitus type 2
Door af te vallen en met name buikvet af te vallen, verbetert de insulinegevoeligheid. Hierdoor is minder insuline nodig om meer glucose in de cellen te krijgen. Afvallen gebeurt door meer energie te verbranden (door veel te bewegen), dan wordt ingenomen (door minder te eten). Door gezond te eten en weinig te snoepen, wordt afvallen zeer makkelijk. Door producten met suiker, zout, verzadigd vet en zelf nergens suiker en zout aan te voegen, wordt afvallen eenvoudig. Vervang ongezonde producten voor vers fruit, groente en volkoren producten. Eet daarnaast voldoende eiwitrijke magere melkproducten, vlees en vleeswaren en kies voor producten met veel onverzadigd vet, zoals vette vis en bak- en braadolie in plaats van margarine en boter.

Lees ook:

Gratis boek over de bouw en werking van het menselijk lichaam

Schrijf ook voor de grootste online bibliotheek en verdien een extra inkomen

Genezende werking van sporten bij diabetes mellitus type 2

Oorzaak, gevolgen en behandeling diabetes mellitus (suikerziekte)

Stappenplan voor een gezonder, slanker en sterker lichaam. Afvallen en sterker worden

Bronnen:

William D. McArdle, Victor L. Katch, & Frank I. Katch (2014) Exercise Physiology, Nutrition, Energy, and Human Performance, LWW Philadelphia

Genezende werking van sporten bij diabetes mellitus type 2

Insuline is een hormoon dat door de alvleesklier wordt geproduceerd. Insuline zorgt ervoor dat glucose vanuit de bloedbaan de lichaamscellen in wordt getransporteerd. In de lichaamscellen wordt het glucose verbrand om energie te leveren, of omgezet in glycogeen, of omgezet in vet. Bij diabetes mellitus (suikerziekte) type 2 zijn de lichaamscellen ongevoeliger voor insuline, waardoor er meer insuline nodig is om een klein beetje glucose de cellen in te krijgen en/of gaat de pancreas minder insuline produceren. Door de genoemde factoren stijgt de bloedglucosespiegel tot boven de 7 mmol/L; hierbij wordt gesproken over diabetes mellitus. Mogelijke gevolgen van diabetes mellitus type 2 zijn onder andere een diabetische voet, amputatie, blindheid en hart- en vaatziekten. Regelmatig sporten en bewegen in de vorm van duur- en krachttraining kan echter de steeds stijgende bloedglucosespiegel reduceren tot normale niveaus, waarbij we zelfs spreken van genezing van suikerziekte.

Insulineresistentie, insuline-ongevoeligheid en insulinegevoeligheid
Insuline wordt geproduceerd door de β-cellen van de eilandjes van Langerhans van de pancreas. Insuline wordt door de pancreas geproduceerd zodra de pancreas een hoge bloedglucose waarneemt met glucosereceptoren. Insuline zorgt ervoor dat glucose vanuit het bloed in met name de spier-, vetcellen en levercellen wordt getransporteerd. In deze cellen kan glucose worden verbrand, worden omgezet in het lichaamszetmeel glycogeen, of worden omgezet in vet. Insuline zorgt voor de daling van de bloedglucosespiegel door te binden aan insulinereceptoren aan het celoppervlak van de spier-, vetcellen en levercellen. Vervolgens zorgen de glucosereceptoren voor het transport van glucosetransporters (GLUT4 genoemd) naar het celoppervlak (celmembraan). Op het celmembraan zorgt GLUT4 voor glucosetransport vanuit de bloedbaan de cel in.

Wanneer er sprake is van insulineresistentie, oftewel insuline-ongevoeligheid zijn er minder en/of minder goed functionerende insulinereceptoren en/of minder GLUT4 beschikbaar op het celmembraan. Ook zorgen ontstekingsfactoren geproduceerd door de vetcellen voor een minder goede werking van insuline, waardoor insulineresistentie optreedt. Bij insulineresistentie moet er meer insuline door de pancreas worden geproduceerd om een kleine hoeveelheid glucose in de cellen te krijgen.

Bij een hoge insulinegevoeligheid is er weinig insuline nodig om veel glucose vanuit de bloedbaan in de cellen te krijgen. Bij een hoge insulinegevoeligheid zijn er veel goed functionerende insulinereceptoren die bij een kleine concentratie insuline in het bloed al voor een groot transport van GLUT4 naar het celoppervlak zorgen. Een hoge insulinegevoeligheid wordt waargenomen bij slanke, fitte mensen, zoals sporters en mensen die veel fysiek zwaar werk verrichten. Insulineresistentie is om te buigen in een hoge insulinegevoeligheid door veel te bewegen en/of af te vallen.

Type 2 diabeten kunnen regelmatig sporten nog niet goed aan
Type 2 diabeten kunnen regelmatig inspannen nog niet goed aan. Deze beperkte tolerantie voor inspanning bij type 2 diabeten noemen we inspanningsintolerantie. Deze inspanningsintolerantie bij type 2 diabeten uit zich in snel vermoeid zijn, een snelle stijging van de hartslag, of juist beperkte stijging van de hartslag, snel verzuurd zijn en een sterke reactie van de bloedglucosespiegel op insuline. Deze laatste reactie is echter gewenst, maar kan leiden tot een hypoglykemie (lage bloedglucosespiegel) wanneer de type 2 diabeet insuline spuit.

De lage inspanningstolerantie bij type 2 diabeten wordt voor een deel veroorzaakt erfelijke factoren, maar de belangrijkste factoren die de lage inspanningstolerantie veroorzaken zijn een inactieve leefstijl, lage fitheid en overgewicht. Het is echter goed nieuws dat bijna elke type 2 diabeet goed trainbaar is en zich snel aanpast aan regelmatig sporten, de inspanningsintolerantie snel afneemt en de type 2 diabeet steeds beter in staat is om langer en intensiever te sporten. Ook neemt de insulinegevoeligheid steeds meer toe en dit kan uiteindelijk leiden tot genezing van de diabetes. Dit betekent dat de type 2 diabeet geen medicijnen meer nodig heeft, of insuline hoeft te spuiten. Hoe dan ook is regelmatig sporten en bewegen zeer goed voor de type 2 diabeet.

Insulinegevoeligheid door sporten en bewegen neemt door verschillende factoren toe
Om de insulinegevoeligheid maximaal te laten toenemen bij type 2 diabeten wordt aangeraden om minimaal dagelijks 60 minuten aan duurtraining te doen en minimaal twee maal per week zware krachttraining te doen. Zware krachttraining bij type 2 diabeten bestaat uit een training met zware grote oefeningen (bankdrukken, leg press, leg extension, lat pulley), waarbij 3 tot 4 sets per oefening wordt gedaan met 8 tot 12 herhalingen op 80% van de maximale kracht. De insulinegevoeligheid door bewegen en sporten neemt door verschillende factoren toe. Deze verschillende factoren worden hieronder beschreven.

Insulinegevoeligheid neemt toe door afvallen
Regelmatig intensieve duur- en krachttraining doen, kan resulteren in gewichtsverlies. Gewichtsverlies zorgt voor een daling van de ontstekingsfactoren in het bloed. Zoals eerder beschreven worden deze ontstekingsfactoren door de vetcellen geproduceerd. Bij gewichtsverlies gaan de vetcellen minder ontstekingsfactoren produceren, waardoor op den duur insuline weer beter gaat functioneren.
Daarnaast zetten grote vetcellen glucose om in lactaat in plaats van het glucose op te nemen en te verbranden. Lactaat wordt door de lever in de gluconeogenese (nieuwvorming van glucose) omgezet in glucose, waardoor de bloedglucosespiegel stijgt. Wanneer de vetcellen kleiner worden, zijn ze beter in staat om het glucose op te nemen en te verbranden. Tenslotte zorgt de vetverbranding van de spiercellen voor een beter transport van GLUT4 naar het celmembraan waardoor glucose beter kan worden opgenomen.

Insulinegevoeligheid neemt toe door verbranding van glycogeen
Bij sporten en bewegen, verbranden de spiercellen het lichaamszetmeel glycogeen. Daarnaast zetten de levercellen glycogeen om in glucose dat vervolgens door de spieren wordt verbrand. Na inspanning moet het glycogeen weer worden aangevuld door glucose vanuit het bloed op te nemen en om te zetten in glycogeen. Er is na sporten minder insuline nodig om veel GLUT4 naar het celmembraan te transporteren waar het GLUT4 glucose opneemt uit het bloed.

Insulinegevoeligheid neemt toe door een betere doorbloeding van de spieren tijdens en na inspanning
Tijdens en na het sporten neemt de doorbloeding van de spieren toe. Deze betere doorbloeding zorgt ervoor dat insuline alle uithoeken van de spieren kan bereiken. Hierdoor worden alle insulinereceptoren maximaal bereikt, waardoor veel meer GLUT4 uiteindelijk het celmembraan bereikt.

Insulinegevoeligheid neemt toe door een grotere spiermassa
Door regelmatig zware krachttraining te doen, neemt de spiermassa toe. De spieren kunnen beschouwd worden als een voorraadschuur van glycogeen en dus glucose. Wanneer de spiermassa toeneemt, neemt ook de voorraadschuur van glycogeen en kan meer glucose vanuit het bloed worden opgeslagen als glycogeen. Daarnaast zorgt een grote spiermassa voor een grotere verbranding van glycogeen tijdens inspanning en rust waardoor er netto ook meer glucose verbrand wordt en er ook meer glucose de spiercel in getransporteerd moet worden.

Lees ook:

Gratis boek over de bouw en werking van het menselijk lichaam

Diabetes mellitus type 2 (ouderdomssuiker) is te genezen

Schrijf ook voor de grootste online bibliotheek en verdien een extra inkomen

Oorzaak, gevolgen en behandeling diabetes mellitus (suikerziekte)

Stappenplan voor een gezonder, slanker en sterker lichaam. Afvallen en sterker worden

Bronnen:

William D. McArdle, Victor L. Katch, & Frank I. Katch (2014) Exercise Physiology, Nutrition, Energy, and Human Performance, LWW Philadelphia

Een doel hebben verlengt je leven

Gezond eten, veel bewegen, niet roken, weinig stress en zeer matig alcohol drinken zorgen ervoor dat je ouder en gezonder ouder wordt. Het hebben van een belangrijk doel in je leven werkt echter ook levensverlengend. Het hebben van een levensdoel maakt je leven zinvol en dat werkt namelijk levensverlengend. Het hebben van een levensdoel verlaagt de kans op sterfte op elke leeftijd met maar liefst 17%. Een levensdoel is een doel wat een belangrijke en duidelijke richting aan je leven geeft. Nu helder is dat je met het hebben van een levensdoel ouder wordt, wil je wellicht een levensdoel opstellen. Een levensdoel is een doel dat aan vier criteria moet voldoen.

Hoe kan een levensdoel mijn leven verlengen?
Het hebben van een levensdoel zou op verschillende manieren je leven kunnen verlengen. Door te werken aan je levensdoel doe je wat je leuk vindt en heb je meer energie. Door te werken aan je levensdoel lever je tevens een positieve bijdrage aan de wereld en dat geeft je een goed gevoel en nog meer energie. Verder omdat je doet waar je goed in wil worden, of al bent, ben je zeer geconcentreerd en verspil je geen tijd aan nutteloze zaken en wordt je leven een stuk overzichtelijker. Al deze bovenstaande voordelen van het hebben van een levensdoel kunnen de hoeveelheid stress in je leven verminderen en plezier in het leven vergroten. Wanneer je minder stress hebt, werkt dat levensverlengend.

Bepaal je algemene levensdoel
Het hebben van een levensdoel is geen eindbestemming, maar juist een richting in je leven die je constant een klein beetje kunt bijstellen. Het hebben van een levensdoel is richting volgen waarvan de route steeds kan veranderen.
Het bepalen van je levensdoel bestaat uit het bepalen van je algemene levensdoel en je specifieke levensdoel. Het algemene levensdoel is nog niet specifiek, maar geeft wel aan in welke richting je je specifieke levensdoel moet zoeken.
Je algemene levensdoel bepaal je door antwoord te geven op onderstaande vragen:

  • Waar vind je zelf dat je goed in bent, of goed in kunt worden?
  • Waar vinden twee tot drie belangrijke personen in je omgeving waar je goed in bent, of goed in kunt worden?
  • Welke van die dingen waar je goed in bent, vind je ontzettend leuk om te doen?
  • Wat zou je er van vinden als je die dingen die je leuk vindt dagelijks zou kunnen doen?
  • Wat heb je er voor over om jezelf te ontwikkelen, zodat je dagelijks die dingen te doen waar je goed in bent en leuk vindt om te doen?

Jezelf ontwikkelen op die eigenschap(pen) waar je goed (talenten) in bent en die je leuk vindt om te doen EN waar je veel tijd en energie in wil stoppen, dat is je algemene levensdoel.

Bepaal je specifieke levensdoel
De criteria van een levensdoel
Nu duidelijk is geworden wat je algemene levensdoel is, is het nu belangrijk om te bepalen wat je specifieke levensdoel is. Je specifieke levensdoel moet voldoen aan vier belangrijke criteria. Deze vier criteria waar je levensdoel aan moet voldoen, zijn:

  • Werken aan je levensdoel moet voldoende inkomen opleveren om al je rekeningen te kunnen betalen
  • Werken aan je levensdoel moet je blijvend (intellectueel) uitdagen
  • Werken aan je levensdoel moet je heel erg leuk vinden
  • Je levensdoel moet een positieve bijdrage leveren aan de maatschappij

Mijn specifieke levensdoel bepalen
Door antwoord te geven op onderstaande vragen kun je er achter komen wat je specifieke levensdoel is:

  • Waar ben jij heel erg goed (je expertise), of waar wil je heel erg goed in worden?
  • Vinden anderen ook dat jij daar heel erg goed in bent, of dat je talent hebt om daar goed in te worden?
  • Kun je en zou je geld kunnen verdienen met je expertise?
  • Wil je zelfs veel eigen tijd investeren om goed te worden, te zijn en te blijven in je expertise?
  • Op wat voor manier is jouw levensdoel belangrijk voor anderen? Op wat voor manier helpt jouw levensdoel anderen?

Het is belangrijk dat jouw levensdoel er voor zorgt dat je jouw talenten gebruikt en ontwikkelt. Je moet echter ook geld kunnen verdienen met het inzetten en ontwikkelen van je talenten en je moet dit zo leuk en belangrijk vinden dat je zelfs veel eigen tijd hiervoor in wil zetten. Tenslotte moeten ook andere mensen jouw levensdoel belangrijk vinden, met andere woorden hoe helpt jouw levensdoel de maatschappij.

Lees ook:

Loop geen inkomsten mis, schrijf over hobby, werk of studie en verdien extra inkomsten!

Bepaal je levensdoel, de zin van je leven

Goede doelen opstellen en doelstellingen bepalen

De kracht van discipline en doorzettingsvermogen; discipline zorgt voor succes

18 bespaartips en een passief inkomen opbouwen

Bronnen:

www.stevepavlina.nl
www.psychologicalscience.org